onttrekking - Vertaling naar Frans - voorbeelden ...

Front Nasionaal - "Ghoema" - onttrekkings

submitted by Onafhanklik to u/Onafhanklik [link] [comments]

Volatiliteit en rendement van individuele beleggers (blogpost/paper)

Vanmorgen werd ik wakker met een blogpost van Joachim Klement over het rendement (eerste alinea) en de volatiliteit die individuele beleggers in de aandelenmarkt ervaren.
Blogpost
Een interessant stuk. De eerste alinea sluit aan bij mijn eerdere opmerking dat individuele beleggers een slechter resultaat behalen dan de betreffende (index)fondsen. Het is verder ook interessant om te lezen dat individuele beleggers meer volatiliteit ervaren (wel met 2 kanttekeningen). Ikzelf denk dat de dividend-kanttekening wel serieus genomen dient te worden, aangezien de dividenduitbetaling een onttrekking uit de onderneming is. Zelfs als je dat herbelegt, zal je het qua koers als volatiliteit ervaren.
Het is algemeen bekend dat, gemiddeld gezien, individuele beleggers een slechter resultaat behalen dan fondsbeheerders en dat fondsbeheerders een slechter resultaat behalen dan indexfondsen. Dit onderzoek toont niet aan dat je als individu gevoeliger bent voor volatiliteit, maar juist dat de volatiliteit die je ervaart hoger is. Het eerste is in mijn optiek wel waar; je bent sneller geneigd om een (verkeerde) beslissing te nemen als individuele belegger die dagelijks zijn aandelen bekijkt. Het lijkt dus dubbel zo nadelig om als individu in individuele aandelen te beleggen.
Ik zie dit zelf echter als een extra verklaring waarom, gemiddeld gezien, het beleggersresultaat van individuele beleggers slechter is. Het gevolg is dat door bewustwording van deze risico's je het psychologische nadeel dat de gemiddelde belegger ervaart, kan vermijden.
Ik ben benieuwd of jullie dit artikel interessant vinden en wat jullie mening is over dit artikel. Indien wenselijk zal ik vaker dergelijke posts delen.
Groet,
Assenderp
PS: Uiteraard geldt de volatiliteit voornamelijk voor beleggers in individuele aandelen en in mindere mate voor de indexbeleggers onder ons.
submitted by assenderp to beleggen [link] [comments]

My feelings after Cyril's speech

My feelings after Cyril's speech submitted by scarletgrunter to southafrica [link] [comments]

Minister Dekker beantwoordt Kamervragen over Jehova’s getuigen naar aanleiding van het bericht 'Geoliede machine van manipulatie'.

Vraag 1 Kent u het bericht 'Geoliede machine van manipulatie'?
Antwoord vraag 1 Ja.
Vraag 2 Deelt u de mening dat de gesloten cultuur bij Jehova’s getuigen en de wijze waarop met kritiek van binnen en buiten wordt omgegaan weinig vertrouwen biedt dat misstanden binnen deze geloofsgemeenschap serieus genomen worden? Zo ja, waarom en wat zegt dat over de aanpak van die misstanden door de geloofsgemeenschap zelf? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 2 Er is onderzoek uitgevoerd naar seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van Jehova´s Getuigen. Daarin is onderzocht hoe de geloofsgemeenschap omgaat met deze misstand. Voor de antwoorden van uw vragen die betrekking hebben op seksueel misbruik verwijs ik u naar de brief aan uw Kamer van 23 januari jl. en de inhoudelijke beleidsreactie op dit onderzoek die ik uw Kamer later deze zomer zal sturen. Ik heb geen zicht op hoe de gemeenschap van Jehova´s Getuigen omgaat met andere misstanden. Ik hecht eraan te benadrukken dat bij strafbare feiten het altijd mogelijk is om aangifte te doen bij de politie.
Vraag 3 Deelt u de mening dat het ongewenst is als een geloofsgemeenschap leden, die kritiek hebben, uitsluit? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet? Vraag 4 Deelt u de mening dat als een geloofsgemeenschap leden die een legitiem burgerlijk huwelijk aangaan uitsluit, en het echtpaar van contact met hun kinderen afhoudt, dat dat ongewenst is? Zo ja, waarom? Kan dat zelfs strafbaar zijn en op grond van welke delicten? Zo nee, waarom deelt u die mening niet? Vraag 5 Deelt u de mening dat er meer wettelijke mogelijkheden moeten komen om binnen de vrijheid van godsdienst toch te kunnen ingrijpen in geloofsgemeenschappen waar leden worden geïntimideerd, geïsoleerd of verstoten? Zo ja, aan welke wettelijke mogelijkheden denkt u? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 3, 4 en 5 Wie lid mag zijn en blijven van een kerkelijke gemeenschap betreft een interne aangelegenheid van een kerkgemeenschap. De vrijheid van godsdienst, zoals we die in Nederland kennen, houdt onder andere in dat de overheid zich zoveel mogelijk onthoudt van ingrijpen in de interne organisatie van een kerkgenootschap. Kerkelijke besluiten mogen niet strijdig zijn met fundamentele normen van dwingend recht. Wanneer een (ex-)lid van een gemeenschap door andere leden ertoe wordt aangezet om iets te doen of na te laten, kan sprake zijn van uitoefening van strafbare dwang (artikel 284 Sr) of - in extremere gevallen - bedreiging (artikel 285 Sr). Bij het weghouden van een minderjarig kind bij (een van) de ouders of het faciliteren daarvan, zou zelfs sprake kunnen zijn van onttrekking van een kind aan het wettelijk gezag of opzicht, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 279 Sr. Wanneer hiervan sprake is kan aangifte worden gedaan bij de politie. Er zijn daarmee voldoende wettelijke mogelijkheden om te kunnen ingrijpen.
Bron: TweedeKamer.nl
submitted by anders_andersen to exjg [link] [comments]

Kolonialisering

Kan iemand me uitleggen waarom links en christenen enerzijds gebukt gaan onder ons koloniaal verleden
Anderzijds miljoenen Syriërs Europa in worden getrokken en niet terug hoeven.
Hoe kan men de onttrekking van deze human capital rechtvaardigen in het licht van hun schuldgevoel. Willen ze deze afkopen door nog imperialistischer te acteren?
Waarom is dit niet een narratief?
submitted by chinchonheremysong to Forum_Democratie [link] [comments]

Motie van de leden Van Toorenburg en Van Wijngaarden

De Kamer,   gehoord de beraadslaging,   —0-verivegende dat elektronische detentie een technisch hulpmiddel is om de naleving van bijzondere voorwaarden te controleren en te ondersteunen;   'e-o-nsfaterende dat het aantal veroordeelden dat zich aan elektronisch toezicht heeft onttrokken, toeneemt;   -V---erzoekt de regering met een voorstel te komen om sabotage te ontmoedigen door strafbaarstelling onttrekking aan justitieel toezicht;   En gaat over tot de orde van de dag
  Datum: 12 juni 2019   Nr: 29279-522   Indiener: Madeleine van Toorenburg, Kamerlid CDA   Voor:    ...   Tegen:  ...   Besluit:  ...   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Markuszower over het bericht ‘Ongelooflijk dat tbs’ers in dorp rondlopen’

  Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.   In antwoord op brief van 22 maart 2019 deel ik u mee dat de schriftelijke vragen van het lid Markuszower (PVV) over het bericht ‘Ongelooflijk dat tbs’ers in dorp rondlopen’ worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage van deze brief.   De Minister voor Rechtsbescherming,   Sander Dekker   Antwoorden op Kamervragen van het lid Markuszower (PVV) aan de minister voor Rechtsbescherming over het bericht ‘Ongelooflijk dat tbs’ers in dorp rondlopen’ (2019Z05664)   Vraag 1   Kent u het bericht ‘Ongelooflijk dat tbs’ers in dorp rondlopen’?   Antwoord:   Ja, ik heb kennisgenomen van het bericht.   Vraag 2   Klopt het dat tbs’ers tegen de afspraken in vrij rondlopen in de gemeente Albrandswaard?   Antwoord:   Nee, er is geen sprake van schending van gemaakte afspraken met de gemeente Albrandswaard. Het is tbs-gestelden van Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) De Kijvelanden toegestaan om in het kader van hun onbegeleid verlof naar het metrostation nabij FPC De Kijvelanden te lopen. Dit onbegeleid verlof vindt uitsluitend plaats na afweging van de risico’s en volgt op de fase van begeleid verlof. Tussen FPC De Kijvelanden en het metrostation moeten de tbs-gestelden de kortste route nemen. Verder wordt de tbs-gestelden geen verlof toegestaan - in de vorm van sociaal verlof, werk en recreatie - in de omgeving van de kliniek. De afspraken met de gemeente Albrandswaard zijn bijzonder; in de meeste gemeenten is de bewegingsvrijheid ruimer.   Vraag 3   Deelt u de mening dat het loslaten van tbs’ers in de maatschappij een onacceptabel risico is voor de veiligheid van Nederland, waar u verantwoordelijk voor bent? Zo nee, waarom niet?   Vraag 4   Wanneer gaat u nou eens inzien dat de veiligheid van de samenleving prevaleert boven de belangen van de meest gestoorde en gevaarlijke criminelen van Nederland?   Antwoord 3 en 4:   De tbs-maatregel heeft het beschermen van de samenleving tot doel. In het kader van de tbs-maatregel wordt de stoornis, die een rol heeft gespeeld bij het begane delict, behandeld door middel van een intensief traject. Onlosmakelijk onderdeel van de tbs-maatregel is het op verantwoorde wijze geleidelijk terugbrengen van de tbs-gestelde in de maatschappij. Verlofverlening vindt zorgvuldig en stapsgewijs plaats en wordt alleen toegestaan indien dat veilig wordt geacht. Daarbij worden incidenten altijd geëvalueerd, en waar nodig worden interne protocollen of de behandeling hierop aangepast.   Vraag 5   Deelt u de mening dat tbs de maatschappij helemaal niet veiliger maakt zoals u altijd beweert, aangezien één op de vijf tbs’ers na zijn vrijlating weer een misdrijf pleegt? Zo nee, waarom niet?   Antwoord:   Nee. De tbs-maatregel is het beste antwoord op mensen die ten tijde van het plegen van een ernstig strafbaar feit een psychische stoornis hebben en een gevaar voor de samenleving vormen. Een tbs-gestelde kan zo lang als nodig worden behandeld ter voorkoming van recidive, om zo de samenleving te beschermen. Wanneer bij een tbs-gestelde het recidiverisico na lange behandeling onvoldoende is afgenomen is een plaatsing in de Landelijk Forensische Psychiatrische Zorg (voorheen: longstay) een mogelijkheid.   Het percentage recidivisten na tbs met verpleging van overheidswege is met 18,8 procent het laagst van alle groepen die forensische zorg hebben ontvangen. Ter vergelijking: recidive onder ex-gedetineerden is 45,3 procent. Daar komt bij dat het in de meeste gevallen niet gaat om tbs-waardige delicten. Van de tbs-gestelden pleegt 8,4 procent binnen twee jaar na uitstroom een tbs-waardig delict.   Vraag 6   Bent u bereid een einde te maken aan de verlofregeling voor tbs’ers?   Vraag 7   Bent u bereid ervoor te zorgen dat deze tbs-kliniek per direct stopt met het vrij rond laten lopen van tbs’ers in de gemeente Albrandswaard? Zo nee, waarom niet?   Antwoord 6 en 7:   Nee, verlof is een essentieel onderdeel van de tbs-behandeling. Zoals eerder aangegeven in antwoord op vragen van uw Kamer liggen aan elke verlofbeslissing adviezen ten grondslag van de behandelende kliniek en het onafhankelijke Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT). De adviezen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde risicotaxatie-instrumenten. De belangrijkste vraag die het AVT dient te beantwoorden, is of het toekennen van verlof aan een tbs-gestelde verantwoord is. Een negatief AVT-advies is bindend.   De gemeente Albrandswaard en de kliniek hebben afspraken gemaakt over de invulling van de verlofruimte in die gemeente. Zij zijn het beste op de hoogte van de lokale situatie en goed in staat om daar sluitende afspraken over te maken. Ik vind het niet nodig om in afspraken tussen de gemeente en de kliniek te treden. Inmiddels heeft er constructief overleg plaatsgevonden tussen de gemeente, enkele bewoners van de gemeente en de kliniek. De in het verleden gemaakte afspraken zijn bevestigd en toegelicht. Een vervolgoverleg vindt plaats voor de zomer.   Vraag 8   Bent u bereid een overzicht van alle incidenten met tbs’ers van De Kijvelanden in de afgelopen vier jaar naar de Kamer te sturen?   Antwoord:   Uit cijfers van De Kijvelanden ten aanzien van de periode 2015 tot en met 2018 blijkt dat twaalf maal sprake was van een onttrekking tijdens onbegeleid of transmuraal verlof. In deze periode heeft één tbs-gestelde een strafbaar feit gepleegd gedurende zijn onttrekking. Dit feit vond plaats buiten de gemeente Albrandswaard. Tijdens de overige onttrekkingen hebben zich voor zover bekend geen strafbare feiten voorgedaan.   VERTROUWELIJK   1
  Datum: 27 mei 2019   Nr: 2019D21873   Indiener: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Becker, Rudmer Heerema en Van Wijngaarden over het bericht dat meisjes met een migratie-achtergrond al in de basisschoolleeftijd worden ontvoerd en uitgehuwelijkt

Hierbij zend ik u, mede namens de ministers van SZW en BZ en de ministers voor Rechtsbescherming en Basis- en Primair Onderwijs en Media de antwoorden op de vragen van de Kamerleden Becker (VVD) en Heerema (VVD) over ontvoeren en uithuwelijken van meisjes naar het buitenland (ingezonden 21 maart 2019) (2019Z05556).   Hoogachtend,   de minister van Volksgezondheid,   Welzijn en Sport,   Hugo de Jonge   Antwoorden op Kamervragen van de Kamerleden Becker (VVD) en Heerema (VVD) over ontvoeren en uithuwelijken van meisjes naar het buitenland (ingezonden   21 maart 2019) (2019Z05556)   Vraag 1   Kent u het bericht “Brabantse juf Kiet waarschuwt: “Meisjes van 12 ontvoerd en uitgehuwelijkt? 1)   Antwoord 1   Ja. In het artikel wordt gesproken over ontvoering van kinderen naar het buitenland en achterlating en uithuwelijking. Bij kinderontvoering brengt één van de ouders het kind naar het buitenland, zonder de wettelijke toestemming van de andere ouder met gezag. Er is sprake van achterlating wanneer de gezaghebbende ouder(s) met het kind naar het buitenland reizen en het daar vervolgens achterlaten, waarbij in sommige gevallen ook sprake kan zijn van een gedwongen huwelijk. In het artikel gaat het in feite om achterlating. In de beantwoording van de vragen hieronder spreek ik daarom over achterlating van minderjarigen in het buitenland.   Vraag 2   Is u bekend dat in Nederland meisjes met een migratie-achtergrond zelfs al in de basisschoolleeftijd worden ontvoerd en/of achtergelaten tijdens de vakantie om uitgehuwelijkt te worden? Zo ja, hoeveel gevallen van meisjes in de basisschoolleeftijd in Nederland betreft het jaarlijks en hoeveel gevallen van uithuwelijking en achterlating, naar welke landen, zijn er in Nederland in totaal?   Antwoord 2   Uit informatie van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating (hierna: LKHA) is mij niet gebleken dat in het jaar 2018 meldingen zijn binnengekomen van achterlatingen om uitgehuwelijkt te worden waarbij het slachtoffer op het moment van de melding de basisschoolleeftijd had. Hieruit valt niet af te leiden dat het in de praktijk niet gebeurt.   In 2018 heeft het LKHA tien meldingen ontvangen van huwelijksdwang in het buitenland. In vier gevallen betrof het een gedwongen huwelijk van een minderjarige. Daarvan zijn er twee teruggekeerd naar Nederland en stonden op 31 december 2018 nog twee zaken open. Het aantal meldingen van achtergelaten minderjarigen onder de 18 jaar betrof elf meldingen. Bij drie meldingen is de minderjarige teruggekeerd naar Nederland, bij vijf meldingen is er geen achterlating vastgesteld en drie zaken waren nog open op 31 december 2018.   In de door het LKHA aangeleverde informatie is een onderverdeling gemaakt naar het aantal meldingen dat in 2018 is binnengekomen, onderverdeeld in achterlating, huwelijksdwang en huwelijksdwang en achterlating. Zie bijlage 1.   Vraag 3   Kunt u aangeven hoe vaak jaarlijks vanuit een basisschool of een middelbare school melding wordt gedaan van vermoedens van (aanstaande) ontvoering, achterlating en uithuwelijking, bij welke instantie dit gebeurt en welke opvolging hieraan wordt gegeven? Welk deel van de vermoedens van kinderontvoering die door de marechaussee worden gesignaleerd is ook gemeld door scholen? Is het mogelijk om exactere cijfers boven tafel te krijgen door gebruik te maken van de leerlingadministratie? Zo ja, bent u bereid dit te doen?   Antwoord 3   Bij vermoedens van kinderontvoering moeten door leraren, net als bij andere signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling, de stappen van de meldcode worden gevolgd. Het doorlopen van de stappen kan resulteren in een melding aan Veilig Thuis. Exacte cijfers over achterlating van minderjarigen in het buitenland, zijn momenteel niet beschikbaar aangezien cijfers over dit specifieke onderwerp niet te herleiden zijn uit het huidige registratiesysteem. De leerlingenadministratie van de school is niet bedoeld om privacygevoelige gegevens te delen. De Koninklijke Marechaussee registreert weliswaar de situaties waarbij het ouderlijk gezag of de toestemming niet kan worden vastgesteld. Er kan echter niet worden herleid of en zo ja hoeveel van deze gevallen ook zijn gemeld door scholen.   Vraag 4   Deelt u de inschatting van juf Kiet dat het risico van ontvoering, achterlating en uithuwelijking bij meisjes met een migratie-achtergrond op scholen wordt onderschat en zo ja, bent u bereid scholen en leraren hierover explicieter te informeren en hen te wijzen op de verplichte meldcode?   Antwoord 4   Ik heb geen concrete aanleiding om dat te concluderen. Gelet op de impact van het onderwerp ga ik de Beweging tegen Kindermishandeling wel vragen of zij in hun communicatie naar scholen en leraren het risico van achterlating en uithuwelijking bij meisjes met een migratie-achtergrond extra onder de aandacht kunnen brengen.   Vraag 5   In hoeveel van de gevallen slaagt de hulpverlening erin na een melding de ontvoering te voorkomen, dan wel het meisje terug te halen naar Nederland? Op welke wijze zijn de verschillende daders gestraft en hoe vaak is ook de omgeving/familie medeplichtig gesteld? In welke mate is de Raad voor de Kinderbescherming ook daadwerkelijk betrokken?   Antwoord 5   In 2018 heeft het LKHA 39 meldingen gekregen van achterlating in het buitenland, elf van deze meldingen betrof een minderjarige, zeventien een (jong)volwassene en elf meldingen betroffen een ouder met minderjarige kinderen. Daarnaast heeft het LKHA tien meldingen ontvangen van huwelijksdwang in het buitenland, vier van deze meldingen betrof een minderjarige. Zie hiervoor ook de tabel in bijlage twee.   Het LKHA heeft in 2018 elf meldingen ontvangen van achtergelaten minderjarigen.   Bij drie meldingen is de minderjarige teruggekeerd naar Nederland, op 31 december 2018 stonden drie zaken open en bij vijf meldingen is er geen achterlating vastgesteld.   Van de vier meldingen van huwelijksdwang van minderjarigen in het buitenland zijn in twee zaken de minderjarigen teruggekeerd naar Nederland en op 31 december 2018 stonden twee zaken nog open.   Het Openbaar Ministerie en de rechtspraak registreren alleen op wetsartikel. Er kan bij dit soort feiten op verschillende gronden vervolgd worden, zoals dwang (art. 284 Wetboek van Strafrecht (Sr)) en het lokken in verband met dwang (artikel 285c Sr). Onder deze wetsartikelen vallen echter ook andere gevallen van dwang. Het is daarom niet uit de bestaande registers te halen om hoeveel rechtszaken van huwelijksdwang het gaat. Daarmee is het ook niet mogelijk om te achterhalen op welke wijze daders zijn gestraft.   De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) is altijd actief betrokken bij de terugkeer naar Nederland van minderjarigen die in het buitenland zijn achtergelaten of gedwongen worden tot een huwelijk. De RvdK is een van de convenantpartners van het LKHA in de Aanpak van huwelijksdwang en achterlating. De RvdK kan ook bij een melding van dreigende achterlating in het buitenland waarbij kans is op ernstige ontwikkelingsbedreiging ingrijpen (zie ook antwoord onder vraag 6).   Vraag 6   Welke handelingen zijn van overheidswege mogelijk bij een vermoeden of melding dat/die niet gepaard gaat met een aangifte?   Antwoord 6   Bij signalen van dreigende achterlating in het buitenland, al dan niet gecombineerd met gedwongen uithuwelijking, waarbij het mogelijke slachtoffer nog in Nederland is, zijn er verschillende mogelijkheden. Wanneer hierover een melding wordt gedaan bij Veilig Thuis, bekijkt Veilig Thuis wat in de betreffende casus een passende oplossing is.   Indien ingrijpen in het gezag van de ouders nodig is om achterlating te voorkomen, verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) bij de kinderrechter een kinderbeschermingsmaatregel, om ernstige ontwikkelingsbedreiging van het kind te voorkomen. De kinderrechter kan een ondertoezichtstelling of een voogdijmaatregel uitspreken. In het geval van een ondertoezichtstelling in combinatie met een machtiging tot uithuisplaatsing of een schriftelijke aanwijzing om Nederland niet te verlaten, moet de jeugdbeschermer   toestemming geven tot uitreizen. Dit geldt ook als een voogdijmaatregel is uitgesproken. De jeugdbeschermer of voogd maakt een afweging over een mogelijke uitreis en betrekt hierbij het potentiele risico op gedwongen uithuwelijking.   Daarnaast kan (ook zonder aangifte) strafrechtelijk worden opgetreden, bijvoorbeeld vanwege onttrekking aan het gezag van een kind onder de twaalf ( art. 46 en 279 lid 2 Sr), dwang (art. 284 Sr) en het uitlokken van dwang (art. 285c Sr).   Vraag 7   Is het landelijk knooppunt Huwelijksdwang en achterlating momenteel voldoende toegerust om enerzijds bij meldingen ondersteuning te bieden via contact met ambassades, Veilig Thuis en gemeenten en anderzijds de landelijke voorlichtingsfunctie op zich te nemen? Welke taken en hoeveel zaken moeten momenteel met hoeveel FTE worden gedaan? Hoe effectief is de samenwerking tussen uw ministeries en het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat op verzoek van de VVD investeert in gerichte consulaire ondersteuning voor slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating?   Antwoord 7   Het LKHA wordt gefinancierd door gemeenten en is organisatorisch ondergebracht bij Veilig Thuis Haaglanden/ gemeente Den Haag. Het LKHA heeft twee hoofdfuncties: kennis en casuïstiek.   (1) De kennisfunctie bestaat uit het ontwikkelen, verzamelen, actualiseren en beschikbaar stellen van kennis en informatie aan stakeholders op dit werkterrein; het bieden van ondersteuning; deskundigheidsbevordering en beleidsadvisering.   (2) De casuïstiekfunctie bestaat uit (2a) het adviseren van professionals van de sector Veilig Thuis en andere professionals werkzaam bij onder meer Veiligheidshuizen, Raad voor de Kinderbescherming, hulpverlening over hun zeer complexe casuïstiek; (2b) het tijdelijk overnemen van hulpverlening aan slachtoffers van huwelijkswang en achterlating die tussen de wal en het schip vallen en hen toe leiden naar hulpverlening; (2c) uitvoeren van casuïstiek in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken als slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating in het buitenland zijn; daarin is de afgelopen jaren ook actief geïnvesteerd, onder meer consulair, en dit staat ten dienste aan de integrale aanpak waarbij de samenwerking hecht en goed is. Het LKHA onderzoekt de melding, helpt slachtoffers terug te keren naar Nederland en leidt hen toe naar opvang. Het LKHA coördineert de aanpak in Nederland en werkt nauw samen met lokale partijen en organisaties uit de zorg- en veiligheidsketen (zoals het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld, RvdK)   Het LKHA heeft momenteel 2 fte casemanagement. Door een toename van het aantal adviesaanvragen lijkt een tekort een capaciteit te ontstaan. Ik ben met de VNG en de gemeente Den Haag hierover in gesprek met het LKHA. Ook ben ik samen met de minister van Buitenlandse Zaken momenteel in gesprek met de VNG, de gemeente Den Haag en het LKHA over de (structurele) financiering van een LKHA noodfonds voor aanvullende hulp aan slachtoffers in het buitenland.   Met de minister van SZW, de minister voor Basis- en Primair Onderwijs en Media, de minister voor Rechtsbescherming en de minister van Buitenlandse Zaken werken we gezamenlijk aan een aanpak schadelijke traditionele praktijken. De   onderwerpen huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap zijn onderdeel van deze aanpak. Uw Kamer wordt nader geïnformeerd over de voortgang hiervan bij de volgende voortgangsrapportage in juni, van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’.   Vraag 8   Bent u bereid in het nieuwe inburgeringsstelsel expliciet aandacht te besteden aan de Nederlandse waarde van vrije partnerkeuze en nieuwkomers te wijzen op de strafbaarheid van ontvoering, uithuwelijking en achterlating en op de gevolgen voor het verblijfsrecht hiervan?   Antwoord 8   Kennis van de Nederlandse kernwaarden en de overdracht hiervan aan nieuwkomers is verankerd in het inburgeringsbeleid. In de tekst van de participatieverklaring is expliciet opgenomen dat iedereen recht heeft op eigen keuzes en zelfstandigheid (zelfbeschikkingsrecht). Ook in het onderdeel van het inburgeringsexamen ‘Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM)’ wordt aandacht besteed aan grondrechten, omgangsvormen, waarden en normen. Alle examenvragen worden jaarlijks getoetst op actualiteit en overexposure. In dit kader is er ruimte om onderwerpen zoals vrije partnerkeuze mee te nemen in dit proces. Hierbij kan aan de orde komen dat ontvoering en huwelijksdwang strafbaar zijn in Nederland en achterlating een strafbaar feit kan opleveren. In het nieuwe inburgeringsstelsel blijven het participatieverklaringstraject en KNM een verplicht onderdeel van de inburgering.   Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is daarnaast bereid in de naturalisatieceremonies op Nederlandse ambassades en consulaten een onderdeel op te nemen, waarin wordt gewezen op het feit dat huwelijksdwang in Nederland een strafbaar feit is en gedwongen achterlating strafbare feiten kan opleveren.   Een veroordeling voor een strafbaar feit kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht. Of een veroordeling voor een strafbaar feit ook daadwerkelijk zal leiden tot intrekking van de verblijfsvergunning, wordt per casus beoordeeld.   Vraag 9   Bent u bereid een verkenning uit te voeren naar de mate waarin Nederlandse wetgeving momenteel voldoet om op te treden tegen achterlating en ontvoering? Wilt u daarbij in beeld brengen of de wet ruimte biedt om potentiële slachtoffers reisbeperkingen op te leggen teneinde ze te beschermen tegen ontvoering? Zijn er voorts mogelijkheden om familieleden te dwingen mee te werken aan het achterhalen van de verblijfsplaats wanneer een kind ontvoerd is? Kunt u   daarnaast ook de mogelijkheden en beperkingen van de Paspoortwet in kaart brengen om als minderjarige die is achtergelaten een reisdocument te kunnen aanvragen om terug te kunnen keren? Kunt u de Kamer zo snel mogelijk over de uitkomsten informeren?   Antwoord 9   Voor wat betreft de aanpak van schadelijke traditionele praktijken, waaronder huwelijksdwang, ligt de coördinerende rol en verantwoordelijkheid sinds mei 2018 bij het ministerie van VWS. In samenwerking met de betrokken ministeries zijn door VWS twee expertsessies georganiseerd met veldpartijen zoals het LKHA, GGD GHOR Nederland, de politie, Movisie, Veilig Thuis en Femmes for Freedom. In deze expertsessies is besproken welke maatregelen of instrumenten beschikbaar zijn, wat concrete knelpunten in de praktijk zijn en op welke wijze deze kunnen worden weggenomen. De mate waarin Nederlandse wetgeving momenteel voldoet om op te treden tegen huwelijksdwang en achterlating is ook besproken. De uitkomsten van deze sessies zijn verder uitgewerkt in concrete acties en maatregelen. De suggestie van uw Kamer wordt meegenomen in deze aanpak en uw Kamer wordt hierover nader geïnformeerd in de volgende voortgangsrapportage in juni, van het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’.   1) www.telegraaf.nl 20 maart 2019   Bijlage 1   Tabel 1   Achterl=achterlating   HD= huwelijksdwang   Achterl/HD= achterlating in combinatie met huwelijksdwang   HG = huiselijk geweld in het buitenland   Bijlage 2 Tabel 2  
  Datum: 23 mei 2019   Nr: 2019D21426   Indiener: H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Motie van de leden Van Wijngaarden en Van Toorenburg

De Kamer,   gehoord de beraadslaging,   constaterende dat het ontsnappen uit de gevangenis in het Nederlands wetboek van Strafrecht niet als zelfstandig delict strafbaar is;   constaterende dat het hulp bieden aan ontsnapping wel strafbaar is;   overwegendsdat ontsnapping uit een gevangenis een ernstige en voor de rechtsgemeenschap schokkende vorm van onttrekking aan het staatstoezicht is, welke niet zonder strafrechtelijke gevolgen mag blijven;   verzoekt de regering met spoed, bij voor~ vpgkt~ -liet wetsvoorstel Straffen en Beschermen, een voorstel te doen voor een strafbaarstelling van ontsnapping en de poging daartoe,   e›niii   en gaat over tot de orde van de dag
  Datum: 12 juni 2019   Nr: 29279-523   Indiener: Jeroen van Wijngaarden, Kamerlid VVD   Voor:    ...   Tegen:  ...   Besluit:  ...   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Remco Dijkstra en Laan-Geselschap over inzake het bericht ‘Belgische politie gaat bolides van roekeloze autopatsers direct in beslag nemen’

  Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.   In antwoord op uw brief van 19 april 2019 deel ik u mee dat de schriftelijke vragen van de leden Dijkstra en Laan-Geselschap (beiden VVD) inzake het bericht ‘Belgische politie gaat bolides van roekeloze autopatsers direct in beslag nemen’, worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.   De Minister van Justitie en Veiligheid,   Ferd Grapperhaus   Antwoorden Kamervragen van de leden Remco Dijkstra en Laan–Geselschap (beiden VVD) aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht ‘Belgische politie gaat bolides van roekeloze autopatsers direct in beslag nemen’ (nr, 2019Z08111, 18 april)   Vraag 1   Kent u het artikel ‘Belgische politie gaat bolides van roekeloze autopatsers direct in   beslag nemen’? 1)   Antwoord 1   Ja.   Vraag 2   Hoe wordt er momenteel in Nederland opgetreden tegen roekeloze rijders? Bent u van mening dat het huidige systeem van handhaving goed werkt of deelt u de mening dat er harder tegen roekeloze rijders opgetreden dient te worden?   Vraag 3   Welke handvatten heeft het Openbaar Ministerie in Nederland om op te treden tegen roekeloze rijders?   Antwoord 2 en 3   Ik ben van mening dat er hard dient te worden opgetreden tegen personen die roekeloos rijgedrag vertonen. De huidige wet- en regelgeving biedt daar al ruimte voor. Allereerst in het kader van het strafrecht. Afhankelijk van de gevolgen, kan tegen roekeloze rijders worden opgetreden op grond van artikel 5 of 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW94). Bij overtreding van artikel 5, het veroorzaken van gevaar of hinder op de weg zonder letsel, kan hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie (€ 4.150,-) worden opgelegd. Met het Wetsvoorstel aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten wordt dit strafmaximum verhoogd naar hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie (€ 8.300,-). Met hetzelfde wetsvoorstel wordt ook een nieuwe strafbaarstelling voor zeer gevaarlijk rijgedrag (artikel 5a WVW) voorgesteld. Het voorgestelde strafmaximum voor dit artikel is ten hoogste twee jaar of een geldboete van de vierde categorie (€ 20.750,-). In het voorgestelde artikel is een opsomming opgenomen van gedragingen die in ieder geval kunnen leiden tot de vaststelling dat de delictsomschrijving van dat artikel is vervuld, zoals gevaarlijk inhalen en in ernstige mate overschrijden van de maximumsnelheid.   Als er sprake is van roekeloos gedrag met letsel of de dood tot gevolg, kan worden opgetreden met artikel 6 WVW. Bij overtreding van dit artikel kan hechtenis van ten hoogste 9 jaar of een geldboete van de vijfde categorie (€ 82.000,-) worden opgelegd.   Naast de strafvervolging kan de politie bij ernstige verkeersdelicten het rijbewijs meteen invorderen. Dat geldt voor de zware gevallen van rijden onder invloed, een ernstige overschrijding van de snelheid of het ernstig in gevaar brengen van de veiligheid op de weg.   De officier van justitie kan het rijbewijs vervolgens voor langere tijd inhouden totdat de zaak voor de rechter komt. Als iemand niet voldoet aan de vordering om zijn rijbewijs over te geven bestaat de mogelijkheid om het motorrijtuig in bewaring te stellen.   Bij het begaan van ernstige verkeersdelicten is tevens inbeslagneming van het voertuig mogelijk. Op de mogelijkheden hiervan ga ik in het antwoord op vraag 5 nader op in.   Naast de strafrechtelijke invorderingsmogelijkheden heeft de politie ook bestuursrechtelijke invorderingsmogelijkheden (Artikel 130 WVW94 jo. artikel 5 RMRG2011). Vanuit het bestuursrecht kan door het CBR worden overgegaan tot het verplicht volgen van een cursus, zoals een Educatieve Maatregel Gedrag, onderzoek naar de rijvaardigheid en rijgeschiktheid. Bij het niet of niet goed afronden van deze maatregelen kan het rijbewijs ongeldig worden verklaard. Voor beginnende bestuurders geldt dat zij een strafpunt krijgen na het begaan van een in de regeling opgenomen zware verkeersovertreding. Indien een bestuurder binnen 5 of 7 jaar na het behalen van het rijbewijs twee strafpunten behaalt, moet hij opnieuw zijn rijvaardigheid bij het CBR aantonen. Als de beginnende bestuurder daar niet in slaagt, wordt zijn rijbewijs ongeldig verklaard.   Ik ben van mening dat in de basis het huidige systeem van handhaving goed werkt. Wel meen ik dat de aanpak van gevaarlijk rijgedrag op sommige aspecten strenger kan. Vandaar dat ik het Wetsvoorstel aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten bij uw Kamer heb ingediend. Daarnaast wordt op dit moment gewerkt aan een wetsvoorstel over rijden onder invloed dat ook bepalingen zal bevatten om verkeersveelplegers harder aan te pakken.   Vraag 4   Hoe denkt u over het systeem dat nu in België gebruikt wordt, waarbij de Belgische politie de mogelijkheid heeft het voertuig te vorderen bij een verkeersovertreding die getuigt van roekeloos rijden?   Antwoord 4   Het is niet aan mij om te oordelen over de maatregelen die de Belgische overheid treft om verkeersovertreders te bestraffen. Ik zal bij het antwoord op vraag 5 ingaan op de mogelijkheden om in het Nederlandse systeem een voertuig in beslag te nemen.   Vraag 5   Bij welke overtredingen acht u het mogelijk een auto in beslag te nemen? Wat verstaat u onder roekeloos rijgedrag?   Antwoord 5   De gronden voor inbeslagneming zijn opgenomen in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering. Bij verkeerszaken gaat het doorgaans om onttrekking aan het verkeer of verbeurdverklaring. In de door het OM vastgestelde Aanwijzing inbeslagneming (2014 A006) is geregeld in welke gevallen de politie tot inbeslagneming kan overgaan. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de maximum toegestane snelheid met tenminste 100% wordt overschreden en er daarbij sprake is van concrete gevaarzetting. Ook in andere gevallen van recidiverend zeer verkeersgevaarlijk gedrag is inbeslagneming mogelijk. Hetzelfde geldt voor auto’s die rij-technisch in zodanige gebrekkige staat verkeren dat deelname aan het verkeer in het kader van de verkeersveiligheid niet langer verantwoord is.   De auto wordt inbeslaggenomen nadat daarover overleg met de officier van justitie heeft plaatsgevonden.   Inbeslagneming is een ingrijpende maatregel. Daarom wordt inbeslagneming van auto’s beperkt toegepast bij de politie in afstemming met het OM. Bovendien staat bij inbeslagname ook beklag open voor de eigenaabezitter van het inbeslaggenomen voorwerp. Dit betekent dat de rechter de rechtmatigheid van de beslissing tot inbeslagname controleert.   Ten aanzien van de vraag naar wat verstaan moet worden onder roekeloosheid is van belang dat onder het juridische begrip roekeloosheid een ander begrip wordt verstaan dan in het normale spraakgebruik. In juridische zin betreft het een specifiek begrip dat voorkomt in artikel 175, lid 2 WVW94. Dit betreft de meest zware vorm van schuld aan een verkeersongeval waarbij doden of zwaargewonden te betreuren zijn. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat van roekeloosheid slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn. De rechter zal dan zodanige feiten en omstandigheden moeten vaststellen dat daaruit is af te leiden dat door de buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen, alsmede dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn. Met het Wetsvoorstel aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten wordt, met de introductie van artikel 5a geëxpliciteerd uit welk gedrag roekeloosheid kan bestaan bij zeer gevaarlijk rijgedrag waaruit ernstige gevolgen zijn voortgevloeid. Dit met als doel de reikwijdte van roekeloosheid te verruimen ten opzichte van de beperkte inhoud die deze heeft gekregen in de rechtspraak van de Hoge Raad.   Vraag 6   Acht u het denkbaar dat een dergelijk systeem ook in Nederland gebruikt kan worden?   Zou u bereid zijn hierover met uw Belgische collega in gesprek te gaan?   Antwoord 6   Zoals aangegeven is in Nederland de inbeslagname op een andere wijze geregeld. Het betreft een dwangmiddel dat alleen bij een verdenking toegepast kan worden binnen het kader van de opsporing ter zake van een strafbaar feit. Een bestuurlijke variant waarbij de burgemeester een en ander fiatteert kennen wij in ons land niet.   Zoals ik in het antwoord op vraag 2 al heb aangegeven kennen wij in Nederland een groot aantal mogelijkheden om roekeloos rijgedrag aan te pakken. Ik zal die mogelijkheden met een tweetal wetsvoorstellen verder aanscherpen en uitbreiden. Ik zie daarom geen redenen om een systeem van inbeslagname zoals in het bewuste artikel wordt beschreven te invoeren.   1) Algemeen Dagblad, 14 april 2019, https://www.ad.nl/auto/belgische-politie-gaat-bolidesvan-roekeloze-autopatsers-direct-in-beslag-nemen~adea84d1/   VERTROUWELIJK  
  Datum: 29 mei 2019   Nr: 2019D22277   Indiener: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Fritsma over de aanpak van een Algerijn die bijna een Groningse held doodstak en over criminele Dublinclaimanten

Vragen van het lid Fritsma (PVV) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de aanpak van een Algerijn die bijna een Groningse held doodstak en over criminele dublinclaimanten (ingezonden 2 januari 2019; nr. 2019Z00010)   Vraag 1   Kent u het bericht 'Bijna dood door asieldief: Ter Apel bezorgd over stelende Algerijn'? 1)   Antwoord vraag 1   Ja.   Vraag 2   Kunt u garanderen dat de betreffende Algerijnse crimineel direct na zijn gevangenisstraf uit Nederland wordt verwijderd? Zo nee, waarom niet?   Antwoord vraag 2   Over individuele gevallen doe ik in beginsel geen uitspraken. In het algemeen geldt dat er wordt ingezet op vertrek direct aansluitend op de strafrechtelijke detentie. Bij uitzetting wordt er in sommige gevallen strafonderbreking toegepast, onder voorwaarde dat de vreemdeling uit Nederland vertrekt en niet in Nederland terugkeert. Indien de vreemdeling toch terugkeert wordt de tenuitvoerlegging van de straf hervat.   Vraag 3   Kunt u eveneens garanderen dat, indien hij als Dublinclaimant naar Frankrijk wordt uitgezet, hij niet wederom naar Nederland kan reizen maar na aankomst in Frankrijk direct naar Algerije wordt teruggestuurd? Bent u bereid hier, vóór de overdracht van deze laffe misdadiger, bij de Franse autoriteiten op aan te dringen? Zo nee, waarom niet?   Vraag 4   Realiseert u zich dat u een grote verantwoordelijkheid hebt richting het in het artikel genoemde slachtoffer, die door deze misdaad voor het leven is getekend, omdat Nederland helaas ook een asielprocedure en asielopvang heeft geboden aan dit soort geweldplegers waar werkelijk niemand op zit te wachten? Deelt u de mening dat u er in dat licht zorg voor dient te dragen dat de dader nimmer meer voet op Nederlandse bodem kan zetten en dat hij, zoals hierboven wordt gevraagd, geen kans krijgt om bijvoorbeeld vanuit Frankrijk weer naar Nederland te reizen? Zo nee, waarom niet?   Vraag 5   Wat doet u in zijn algemeenheid teneinde zich er van te vergewissen dat uitgezette (criminele) Dublinclaimanten niet meer naar Nederland kunnen reizen maar teruggaan naar het land van herkomst of in ieder geval vast worden gezet voor die terugzending?   Antwoord vraag 3, 4 en 5   Over individuele gevallen doe ik in beginsel geen uitspraken. In zijn algemeenheid geldt dat indien de asielaanvraag in de verantwoordelijke lidstaat bij definitieve beslissing is afgewezen, uitzetting door de verantwoordelijke lidstaat in principe aan de orde is. Indien de aanvraag nog niet inhoudelijk is behandeld in de verantwoordelijke lidstaat, zal de asielaanvraag aldaar in behandeling worden genomen. Indien dit leidt tot een afwijzing zal terugkeer in principe aan de orde zijn. Hierbij wordt uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In dergelijke gevallen wordt dan ook niet aangedrongen bij de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat. Indien een eerder overgedragen persoon toch wordt aangetroffen in Nederland zou er een grond kunnen zijn voor vreemdelingrechtelijke bewaring vanuit waar de persoon overgedragen kan worden aan de verantwoordelijke lidstaat. Ook kan Nederland in bepaalde situaties, ofwel door omstandigheden ofwel door hiervoor te kiezen, een persoon voor wie een andere lidstaat eerst verantwoordelijk was zelf uitzetten naar het land van herkomst.   Tevens heeft Nederland bij de onderhandelingen over de herziening van de Dublinverordening voorgesteld op te nemen dat voorafgaande aan de overdracht de verantwoordelijke lidstaat wordt geïnformeerd over indicaties waaruit redelijkerwijs geconcludeerd kan worden dat de betreffende persoon een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid.   Vraag 6   Realiseert u zich dat het niet standaard toepassen van vreemdelingenbewaring bij (criminele) asielzoekers / Dublinclaimanten een groot veiligheidsprobleem oplevert voor de Nederlandse bevolking? Kunt u toezeggen dat deze vreemdelingen voortaan niet meer vrij spel krijgen in onze dorpen en steden maar worden uitgezet en indien uitzetting niet direct kan, worden vastgezet? Zo nee, waarom niet?   Antwoord vraag 6   Het indienen van een asielaanvraag of het vallen onder de Dublinverordening alleen is geen reden om vreemdelingenbewaring toe te passen. Bij een afwijzing op de asielaanvraag kan de overheid overgaan tot gedwongen vertrek indien de betreffende persoon niet bereid is actief medewerking te verlenen aan terugkeer. Teneinde gedwongen vertrek te bewerkstelligen beschikt de overheid tot verschillende maatregelen, waarvan vreemdelingenbewaring de uiterste maatregel is. Vreemdelingenbewaring kan alleen toegepast worden als wordt voldaan aan strikte criteria waaronder zicht op uitzetting. In geval van overlast wordt eerder overgegaan tot vreemdelingenbewaring.   Indien er een significant risico op onttrekking bestaat kan vreemdelingenbewaring aan de orde zijn. Het kabinet zet in op het versoepelen van de gronden voor vreemdelingenbewaring van Dublinclaimanten bij de herziening van het GEAS. Ook wordt in het voorstel tot herziening van de terugkeerrichtlijn voorgesteld om het mogelijk te maken om onrechtmatige vreemdelingen die een gevaar vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid in bewaring te stellen teneinde hun uitzetting voor te bereiden. Ingevolge dat voorstel zullen strafbare feiten ook een rol gaan spelen bij het bepalen van het risico op onttrekken aan het toezicht.   Vraag 7   Bent u bereid een totale asielstop in te stellen nu steeds weer blijkt dat het onverantwoord is iedereen hier op te vangen die het woordje ‘asiel’ uit kan spreken, inclusief criminelen die met grof geweld de Nederlandse bevolking tot last zijn? Zo nee, waarom niet?     Antwoord vraag 7   Zoals u bekend is, vindt het kabinet dat het categorisch sluiten van de Nederlandse grenzen geen realistische, laat staan een structureel wenselijke oplossing is voor het complexe migratievraagstuk. Het kabinet kiest ervoor risico’s voor de openbare orde zo veel mogelijk te beperken en de veiligheid te bevorderen, waarbij tevens bescherming wordt geboden aan die asielzoekers die bescherming behoeven.   1) Telegraaf, 7 mei 2018   VERTROUWELIJK  
  Datum: 4 februari 2019    Nr: 2019D04291    Indiener: M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Van Kooten-Arissen over het uitzetten van paling als symptoombestrijding

Geachte Voorzitter,   Hierbij zend ik u de antwoorden op vragen van het lid Van Kooten-Arissen (PvdD) over het uitzetten van paling als symptoombestrijding (ingezonden 27 maart 2019 met kenmerk 2019Z05986).   Daarnaast informeer ik u over de bijdrage van het kabinet aan de publieke consultatie die de Europese Commissie december 2018 – maart 2019 heeft uit gezet over het EU Aalherstelplan (EU 1100/2007). De bijdrage is op 25 maart 2019 verzonden aan Eurocommissaris Vella. Een afschrift is bijgevoegd.   Carola Schouten   Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit   2019Z05986   1   Kent u het bericht ‘Markermeer krijgt twee miljoen jonge palingen’?   Antwoord   Ja.   2   Kunt u toelichten hoe het kan dat de aalpopulatie in Nederland nog altijd in slechte staat is ondanks het inmiddels al bijna tien jaar oude Aalbeheerplan?   Antwoord   De Nederlandse aalpopulatie staat niet op zich, maar is verbonden met het totale pan-Europese aalbestand. De toestand van het Europese aalbestand is nog steeds zorgelijk. In het Nederlandse aalbeheerplan (2009) is een tiental maatregelen genomen, waaronder het verminderen van de visserijsterfte en het bevorderen van de migratiemogelijkheden. Daarbij is een doorkijk gegeven van de verwachte bijdrage van de respectievelijke maatregelen op de uittrek van volwassen aal (schieraal). Hieruit blijkt dat sommige maatregelen, zoals visvriendelijke gemalen en waterkrachtcentrales, tijd kosten om uit te voeren vanwege de investeringen. Omdat we daarnaast te maken hebben met een langlevende soort zullen grote effecten van de genomen maatregelen pas op een termijn van tientallen jaren leiden tot een toename van de biomassa.   3   Klopt het dat voor het project in het Markermeer, onderdeel van het Aalbeheerplan, aal wordt weggevangen uit het wild en vervolgens weer op een andere plek uitgezet wordt?   Antwoord   Sinds 2011 vindt uitzet in Nederland plaats met glasaal die opgekocht en gevangen wordt in de riviermondingen in Frankrijk of Engeland. Voor de keuze van de wateren in Nederland waarin de glasaal wordt uitgezet is een protocol opgesteld. Er wordt daarin gekeken naar temperatuur, voedsel, inrichting en uittrekmogelijkheden. Het Markermeer voldoet aan die criteria. In 2014 is pootaal en in 2017 en 2019 is glasaal uitgezet. Het rapport van Wageningen Marine Research uit 2018 geeft een overzicht van alle locaties en hoeveelheden van uitgezette glas- en pootaal in Nederland.   4   Klopt het dat wetenschappelijk niet bekend is wat het sterftepercentage is van uitgezette glasaal?   Antwoord   Van uitgezette glasaal zijn geen wetenschappelijk onderbouwde overlevingspercentages bekend. Onderzoek van de Stichting Duurzame Palingsector Nederland op proefvijvers in Valkenswaard liet zien dat na 1 seizoen 90% van alle uitgezette glasaal onder natuurlijke omstandigheden, zonder predatie nog in leven is. In het via het Europese Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) gefinancierde project “Duurzaam Aalbeheer door Kennis” wordt hier verder wetenschappelijk onderzoek naar verricht. Het verdient aanbeveling om de overleving van uitgezette glasaal te vergelijken met die van glasaal die via de natuurlijke weg intrekt.   5   Klopt het dat niet bekend is of en hoe de uitgezette glasalen uittrekken om uiteindelijk de Sargassozee te bereiken om zich voort te planten?   Antwoord   In 2018 heeft Wageningen Marine Research een evaluatie uitgevoerd naar de uitzet van glas- en pootaal. Hierin wordt geconcludeerd dat op basis van de huidige informatie niet vast te stellen is wat de kwantitatieve bijdrage aan de uittrek van schieraal naar zee is. Volgens ICES zijn er voldoende aanwijzingen dat uitzet van jonge aal bijdraagt aan het aalbestand en de uittrek van schieraal.   6   Kunt u uitsluiten dat het wegvangen van jonge glasaal uit het wild zorgt voor extra druk op de populatie aldaar?   Antwoord   Aangenomen wordt dat de intrek van glasaal in de Franse en Engelse riviermondingen hoger is dan de draagkracht van het achterliggende water. Daarom is de vangst van glasaal op deze locaties toegestaan binnen het EU Aalherstelplan, met inachtneming van de vastgestelde quota. Helemaal uitsluiten dat het wegvangen leidt tot extra druk de populatie kan ik niet.   7   Klopt het dat wetenschappelijk niet bewezen is dat het wegvangen uit het wild en opnieuw uitzetten van glasaal een netto positief effect heeft op het aalbestand?   Antwoord   Precieze cijfers over de impacts van glasaal onttrekking en de bijdrage aan de Europese populatie door uitzet elders zijn niet bekend. De uitzet van jonge aal kan echter belangrijk zijn voor de instandhouding van een lokale populatie, met name in de gebieden waar de intrekmogelijkheden er niet of heel beperkt zijn.   8   Klopt het dat jarenlang wegvangen en uitzetten van glasaal niet aantoonbaar heeft geleid tot significant herstel van de aalpopulatie?   Antwoord   De uitzet van glasaal wordt in Nederland al sinds het begin van de twintigste eeuw toegepast als maatregel om de aalstand te verdichten. De grootschaligheid van die uitzet heeft geleid tot de omvangrijke aalstand, zoals die bekend is uit het midden van de vorige eeuw. Sinds die tijd zijn de intrekmogelijkheden voor glasaal drastisch afgenomen door de aanleg van talrijke gemalen, stuwen en dammen. Ook de uittrek van schieraal naar zee wordt ernstig bemoeilijkt door deze kunstwerken. Om die reden heb ik in mijn brief aan uw Kamer van 13 september 2018 (Kamerstuk 29 664, nr. 191) aangegeven dat voor het oplossen van deze migratieproblemen een belangrijke verantwoordelijkheid ligt bij de waterbeheerders. Als laatste is bovendien het voedselaanbod voor aal afgenomen door het helder wordende water. Deze ontwikkelingen – in combinatie met de veeljarige levenscyclus van de aal – hebben ertoe geleid dat ondanks de uitzet van glasaal, een herstel van het aalbestand nog vele jaren zal vergen.   9   Kunt u uitsluiten dat het wegvangen en uitzetten van aal, om uiteindelijk weer gevangen en opgegeten te worden, de druk op de populatie vergroot?   Antwoord   Voor het wegvangen van glasaal worden jaarlijks duurzame quota vast gesteld op basis van het voorzorgsbeginsel. Het beheer van de quota is in handen van de Franse autoriteiten. De uitzet van glasaal is een instandhoudingsmaatregel zoals omschreven in het EU Aalherstelplan. In deze verordening wordt ook aan alle lidstaten de verplichting opgelegd beperkende maatregelen met betrekking tot de aalvisserij en migratiemogelijkheden op te nemen. Zowel de uitzet als de visserij- en migratiemaatregelen leiden tot een verminderde druk op de populatie.   10   Klopt het dat het uitzetten van glasaal mede gefinancierd wordt door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij? Zo ja, om hoeveel geld gaat het op jaarbasis?   Antwoord   Ja, in de afgelopen 4 jaar werd jaarlijks € 375.000 besteed aan de uitzet van jonge aal in Nederland. Dit is vastgelegd in het Nederlandse aalbeheerplan en het operationeel plan onder het EFMZV.   11   Vindt u het terecht dat de belastingbetaler opdraait voor de uitzet van glasaal, terwijl een bronmaatregel als een door wetenschappers van International Council for the Exploration of the Sea (ICES) geadviseerd jaarrond vangstverbod niet genomen wordt? Zo ja, waarom kiest u ervoor in uw visserijbeleid alleen het advies van ICES te volgen wanneer het goed uitkomt? Zo nee, bent u bereid het ICES-advies te volgen en een jaarrond vangstverbod in te stellen?   Antwoord   De uitzet van jonge aal met belastinggeld maakt deel uit van maatregelen getroffen in het kader van het EU Aalherstelplan, zoals vastgesteld door de Europese Commissie. Nederland heeft daaraan bijgedragen met de rapportage zoals vermeld in antwoord 5. Over het herstel van de aal zijn in de EU afspraken gemaakt. De adviezen van ICES en de STECF hebben hieraan ten grondslag gelegen.   ICES heeft in haar jaarlijkse rapportage aan de Europese Commissie geadviseerd alle menselijke impacts die de productie en uittrek belemmeren te beperken tot ‘nul’ of dicht bij ‘nul’. Van een advies voor een jaarrond vangstverbod of het beëindigen van de uitzet van jonge aal is echter geen sprake. Uit de naar uw Kamer toegezonden rapportage (antwoord 8) blijkt dat de visserijsterfte in Nederland sinds 2009 sterk is gereduceerd door (1) het instellen van gesloten gebieden, (2) het instellen van een gesloten tijd voor de aalvisserij in de maanden september-november en (3) door de door sportvisserij verplicht gestelde terugzetplicht van alle door sportvissers gevangen paling. Ook bij waterkrachtcentrales en gemalen zijn stappen gezet. Maar we zijn er nog niet. Verdere inzet is noodzakelijk. Voor een jaarrond vangstverbod in de EU of in Nederland zie ik op dit moment geen aanleiding. Wel heb ik in mijn bijdrage aan consultatie een aantal aanbevelingen gedaan naar de Europese Commissie om te komen tot een gelijk speelveld voor alle lidstaten en een betere samenwerking tussen Europese instituties en lidstaten (bijlage).  
  Datum: 17 april 2019    Nr: 2019D16213    Indiener: C.J. Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Bergkamp en Den Boer over een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling

Vragen van de leden Bergkamp en Den Boer (beiden D66) aan de ministers van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming over een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling (ingezonden 29 augustus 2018; 2018Z14960).   Vraag 1:   Bent u bekend met het bericht ‘Het is vrijwel altijd de vader die het onderspit delft’?   Antwoord op vraag 1:   Ja.   Vraag 2:   Deelt u de mening dat het niet nakomen van een omgangsregeling door een ouder traumatische gevolgen kan hebben voor de andere ouder en vooral ook voor het kind c.q. de kinderen?   Antwoord op vraag 2:   Ja. Als ouders een zorg- of omgangsregeling hebben opgesteld of als de rechter een regeling heeft vastgesteld, dienen de ouders zich hieraan te houden, primair omwille van het kind. Als dit niet gebeurt, kan dit traumatische gevolgen hebben voor het kind en de andere ouder.   Vraag 3:   Klopt het dat, in het geval dat beide ouders gezamenlijk gezag hebben het zo is, dat de ene ouder ten opzichte van de andere ouder het misdrijf "onttrekking ouderlijk gezag" kan plegen op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht, indien de omgangsregeling niet wordt nagekomen en dat een beroep op de politie kan worden gedaan?   Antwoord op vraag 3:   Het niet nakomen van een zorg- of omgangsregeling kan het strafbare feit onttrekking aan wettig gezag opleveren, waarvan aangifte kan worden gedaan bij de politie. Een beroep op het strafrecht geldt in dit soort situaties als een ultimum remedium.   Het bewust niet nakomen van een door een rechter vastgestelde zorg- of omgangsregeling en het daarmee incidenteel of langdurig onttrekken aan het wettig gezag of uitgeoefende toezicht, is nadrukkelijk opgenomen in de nieuwe richtlijn van het OM voor strafvordering onttrekking minderjarige aan wettig gezag.   Vraag 4:   Klopt het dat bij handhaving door de politie, op grond van artikel 279 van het wetboek van Strafrecht, voor het niet nakomen van een omgangsregeling er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen de verzorgende en de niet-verzorgende ouder, zoals ook de Hoge Raad in een eerdere uitspraak stelt?   Antwoord op vraag 4:   Ja, dat klopt. In lijn met de aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad geldt dat daar waar een zorg- of omgangsregeling is neergelegd in een rechterlijke uitspraak, de verzorgende ouder – evenals de niet-verzorgende ouder – kan worden verweten de regeling niet na te komen en daarmee artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing kan zijn.   Vraag 5:   Kunt u bevestigen dat in een intern politievoorschrift over bemiddeling bij omgangsrecht, dat op 5 oktober 2015 in ieder geval nog van kracht was, staat dat wanneer een verzorgende ouder het kind niet meegeeft en dus de omgangsregeling niet nakomt, niet het strafbare feit op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht pleegt?   Vraag 6:   Kunt u voorts bevestigen dat dit interne politievoorschrift op het moment van indiening van deze schriftelijke vragen, 29 augustus 2018, nog steeds van kracht is? Zo nee, tot wanneer was dit interne voorschrift van kracht?   Vraag 7:   Deelt u de mening dat dit interne voorschrift geen correcte uitleg is van het strafbare feit op grond van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht?   Vraag 8:   Wat zijn de consequenties geweest van deze incorrecte interpretatie van de handhavingsmogelijkheden van de politie omtrent het niet nakomen van omgangsregelingen?   Vraag 10:   Bent u bereid dit interne politievoorschrift te wijzigingen zodat de politie haar handhavende rol in het nakomen van omgangsregelingen op een correcte wijze invult? Zo ja, wanneer is deze wijziging gereed? Zo nee, waarom niet?   Antwoord op de vragen 5, 6, 7, 8 en 10:   Binnen de politie bestaan meerdere richtlijnen die gaan over hoe met (het niet nakomen van) zorg- en omgangsregelingen moet worden omgegaan.   Bij één van deze voorschriften heb ik moeten constateren dat een zinsnede was opgenomen, die luidde dat het niet meegeven door de verzorgende ouder niet het strafbare feit oplevert. Dit is onjuist en niet in lijn met artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht. Ik betreur dit zeer. Dit voorschrift was op 29 augustus 2018 van kracht.   De genoemde werkinstructie is inmiddels aangepast en intern gecommuniceerd. De gewraakte zinsnede is verwijderd. Ook biedt de instructie nu meer specifieke handvatten voor agenten om te kunnen handelen in situaties waarbij bemiddeling bij een zorg- of omgangsregeling nodig is.   Vraag 9:   Bent u van mening dat er sprake is van willekeur in de handhaving van omgangsregeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?   Antwoord op vraag 9:   Ik herken mij niet in het beeld dat sprake zou zijn van willekeur in de handhaving op de zorg- of omgangsregeling door de politie. Uiteraard is het voor strafrechtelijke handhaving noodzakelijk dat politie een strafbaar feit kan vaststellen. In situaties waar gescheiden ouders een andere uitleg hebben van afspraken en de (niet) nakoming daarvan, is zorgvuldig onderzoek vereist. Hierbij kunnen bijvoorbeeld de rechterlijke uitspraken worden opgevraagd om vast te stellen of de verzorgende ouder voldoende medewerking verleent aan de door de rechter in dat specifieke geval opgelegde omgangsregeling.   Als de politie op basis van feitenonderzoek feiten en omstandigheden vindt die een verdenking onderbouwen, wordt overleg gevoerd met het OM. De officier van justitie is immers verantwoordelijk voor de aansturing van de strafrechtelijke handhaving.   VERTROUWELIJK  
  Datum: 19 oktober 2018    Nr: 2018D50424    Indiener: F.B.J. Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Het bericht ‘Ontsnapte tbs’er Patrick B. zit weer vast'

Vragen van het lid Markuszower (PVV) aan de minister voor Rechtsbescherming over het bericht ‘Ontsnapte tbs’er Patrick B. zit weer vast’. (ingezonden 10 september 2018) 1 Kent u het bericht ‘Ontsnapte tbs’er Patrick B. zit weer vast’? 1) 2 Hoe is het mogelijk dat deze tbs’er, die nota bene al was overgeplaatst vanwege een eerdere onttrekking aan verlof, tegen beter weten in toch weer op verlof werd gestuurd? 3 Hoeveel tbs’ers zijn er in 2018 overgeplaatst vanwege een onttrekking, maar zijn toch op verlof gestuurd? 4 Bent u bereid tbs’ers die eerder zijn ontsnapt of geprobeerd hebben te ontsnappen niet alsnog op verlof te sturen, en al helemaal niet op onbegeleid verlof? Zo nee, waarom niet? 1) https://www.telegraaf.nl/nieuws/2528135/ontsnapte-tbs-er-patrick-b-zit- weer-vast?utm_source=mail&utm_medium=email&utm_campaign=email
  Datum: 10 september 2018    Nr: 2018Z15631    Indiener: Gidi Markuszower, Kamerlid PVV
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het bericht dat de sanering van tritium gelukt is

Geachte voorzitter,   Hierbij ontvangt u de antwoorden op de schriftelijke vragen met het kenmerk 2018Z14389 aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van het lid Beckerman (SP) over het bericht dat de sanering van tritium gelukt is.   Vraag 1   Hebt u kennisgenomen van de berichten dat het saneren van tritium in Petten het einde nadert?,   Antwoord 1   Ja.   Vraag 2   Is het waar dat u het plan van aanpak hebt goedgekeurd waarin het saneren afgebouwd wordt en er in de toekomst maandelijkse en halfjaarlijkse controles zullen plaatsvinden?   Antwoord 2   Op 15 juni 2018 heb ik het nieuwe Plan van Aanpak van de Nuclear Research and consultancy Group (NRG) voor de sanering van de tritiumverontreiniging in de bodem van de Onderzoekslocatie Petten (OLP) goedgekeurd. Een nieuw Plan van Aanpak was nodig, vanwege de vorig jaar gewijzigde interventiebeschikking over de tritiumsanering, waarin een saneringsnorm van 5000 Bq/L in het grondwater is opgenomen. In het nieuwe plan wordt beschreven hoe deze saneringsnorm bereikt en gemonitord wordt.   Op dit moment is de sanering gaande en vinden er maandelijks metingen plaats. Wanneer in het grondwater gedurende een jaar uitsluitend concentraties lager dan het niveau van de operationele saneringslimiet (3000 Bq/L) worden gemeten, zal NRG de uitvoering van de sanering stopzetten. Tot 1 jaar na beëindiging van de sanering zal NRG maandelijks metingen blijven verrichten. Daarna zullen relevante meetlocaties worden toegevoegd aan het reguliere grondwatermonitoringsprogramma van NRG. NRG rapporteert deze waarden op halfjaarlijkse basis aan de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. Buiten de OLP zal NRG ieder kwartaal op drie relevante locaties de tritiumconcentratie meten van nabijgelegen slootwater.   Vraag 3   Is het waar dat verder saneren onnodig is omdat de norm van 100 tot 5.000 becquerel (x 50!) per liter drinkwater is verhoogd? Wat is daarop uw reactie?   Allereerst merk ik op dat het gaat om een aanpassing van de saneringsnorm van de concentratie tritium in grondwater en niet in drinkwater. In de omgeving van het OLP bevinden zich geen drinkwater inlaatpunten.   Zoals eerder aan de Kamer is medegedeeld, was de in 2014 gestelde saneringsnorm (100 Bq/L) gebaseerd op de toenmalige verwachting van de effectiviteit van de sanering. De saneringsnorm is afgeleid van richtlijn 98/83/EG, betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (drinkwater). Dit betreft een zogenoemde signaleringswaarde. Vanaf deze signaleringswaarde dient een lidstaat na te gaan of de aanwezigheid van radioactieve stoffen in drinkwater een risico voor de gezondheid met zich meebrengt. Destijds is ervoor gekozen om deze signaleringswaarde als saneringsnorm aan te houden voor het grondwater.   De saneringsmaatregelen bleken na verloop van tijd ondanks alle inspanningen minder effectief te zijn dan verwacht. Omdat sanering wel verstoring veroorzaakt van het watersysteem in de duinen en de agrarische gebieden in de omgeving als gevolg van onttrekking van grondwater, heeft de overheid aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gevraagd om een saneringsnorm voor grondwater gebaseerd op een risico-inschatting. Het RIVM heeft een gedetailleerde analyse gemaakt van de eventuele radiologische risico’s voor de bevolking. De nieuwe saneringsnorm (5000 Bq/L) is gebaseerd op de resultaten van deze analyse van het RIVM en leidt tot een onbeduidend risico voor de bevolking.   Vraag 4   Bent u op de hoogte van het feit dat het grondwater dan in sloten terecht zal komen en vervolgens in de akkers waarop voedsel wordt verbouwd? Wat is daarop uw reactie?   Vraag 5   Kunt u onderbouwd weergeven wat de gevolgen zijn voor de natuur, dieren in de omgeving en de mensen die zullen eten van de gewassen?   Antwoord 4 en 5   Zoals is vermeld in het antwoord op vraag 3, heeft het RIVM een analyse gemaakt van verschillende scenario’s voor verspreiding en gebruik van het verontreinigde water. In haar analyse hanteert het RIVM scenario’s waarin iemand een jaar lang gewassen of melk consumeert, uitsluitend geïrrigeerd met verontreinigd water dan wel afkomstig van koeien die uitsluitend verontreinigd gras eten. Het RIVM concludeert dat deze conservatieve/ongunstige scenario’s voor een lid van de bevolking niet leiden tot overschrijding van een stralingsdosis van 10 microsievert per jaar. Deze dosis wordt door het RIVM als onbeduidend aangemerkt. Ter vergelijking: als gevolg van blootstelling aan natuurlijke radioactiviteit en achtergrondstraling ontvangt iedereen in Nederland een dosis van 1600 microsievert per jaar.   Hoogachtend,   DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,   S. van Veldhoven - Van der Meer
  Datum: 22 augustus 2018    Nr: 2018D41312    Indiener: S. van Veldhoven-van der Meer, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Madlener over het bericht dat vissers 'kapot gemaakt worden' door verdere beperking van de visvangst op het IJsselmeer

Geachte Voorzitter,   Hierbij stuur ik u de antwoorden op vragen van het lid Madlener (PVV) over het bericht dat vissers ‘kapot gemaakt worden’ door verdere beperking van de visvangst op het IJsselmeer (ingezonden 17 september 2018, kenmerk 201816177).   1   Bent u bekend met het bericht waarin staat dat de laatste IJsselmeervissers zich in hun voortbestaan bedreigd voelen?   Antwoord   Ja.   2   Is het volgens u plausibel dat problemen in het IJsselmeer niet alleen veroorzaakt worden door de visserij, aangezien de totale vangstcapaciteit in de loop der jaren al aanmerkelijk is gereduceerd? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   In het voorjaar van 2016 hebben deskundigen, beroepsvissers en maatschappelijke organisaties op initiatief van de Stichting Transitie IJsselmeer een document opgesteld onder de titel ‘Gedeeld Beeld Werkelijkheid IJsselmeervisserij’. Daarin komen de oorzaken van de dalende visbestanden aan de orde en wordt ingegaan op zaken als voedselrijkdom, helderheid van het water, de effecten van de beroepsvisserij, de inrichting van het watersysteem en de visetende watervogels. De auteurs concluderen dat, los van maatregelen om de inrichting van het watersysteem te verbeteren, de onttrekking door de visserij hoe dan ook in evenwicht dient te worden gebracht met de (zeer sterk afgenomen) draagkracht van het watersysteem. Volgens hen is hier bij het nemen van inspanningbeperkende maatregelen in de jaren vóór 2014 onvoldoende rekening mee gehouden.   In 2014 werd het maximum aantal toegestane hoge staande netten verminderd met 85%. De 85% kon later nog wel als laag staand net worden ingezet voor de visserij op wolhandkrab. De reductie was noodzakelijk om de verdere achteruitgang van schubvis te kunnen beperken. Ondanks deze aanzienlijke reductie zijn de totale hoeveelheden gevangen vis en opbrengsten (besommingen) sinds 2015 elk jaar toegenomen. Van herstel van de bestanden is nog nauwelijks sprake. Dat blijkt uit de rapporten van Wageningen Marine Research en Wageningen Economic Research, die ik op 26 maart 2018 naar uw Kamer heb gestuurd (Kamerstuk 29664, nr. 177).   In mijn brief aan uw Kamer van 13 september jl. (Kamerstuk 29664, nr. 191) heb ik daarom uiteengezet welke maatregelen zullen worden genomen om toe te werken naar een duurzame visserij met gezonde visbestanden en minimale impacts op de natuur. Deze brief is opgesteld na instemming van alle partijen in het Bestuurlijk Overleg, waaronder de Producenten Organisatie IJsselmeer. Er wordt onder meer gekeken naar herstructurering van de vloot, zoals ook gevraagd door uw Kamer. Tevens worden maatregelen genomen om het advies van Wageningen Marine Research (WMR) uit 2017 op te volgen om vangsten met 36% te verminderen. Het in de brief aan uw Kamer genoemde alternatieve plan van de sector (Kamerstuk 29664, nr. 175), wat hierop betrekking had, heeft immers niet het gehoopte resultaat gehad.   3   Bent u bereid om zelf in direct overleg te treden met de IJsselmeervissers? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer kan de Kamer de uitkomsten van dit overleg tegemoet zien?   Antwoord   De vissers worden betrokken bij het proces rondom de besluitvorming over de maatregelen, zoals we tot op heden steeds hebben gedaan. Zo zullen we op korte termijn het gesprek aangaan over de maatregelen die nodig zijn om de vangsten van brasem en blankvoorn te verminderen met 36%. Ook de partijen van het Bestuurlijk Overleg zullen worden betrokken. Over de uitkomsten en besluitvorming houd ik u op de hoogte.   Carola Schouten   Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit  
  Datum: 9 oktober 2018    Nr: 2018D48274    Indiener: C.J. Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Motie van het lid Van der Graaf

De Kamer,   gehoord de beraadslaging,   overwegende, dat het niet nakomen van de omgangsregeling door één van de ouders na een scheiding grote gevolgen heeft voor het welbevinden van het kind,   constaterende, dat op 15 maart jongstleden de richtlijn voor strafvordering onttrekking minderjarige aan wettig gezag in werking is getreden,   constaterende, dat het nieuwe strafvorderingsbeleid van het openbaar ministerie inhoudt dat bewust dwarsbomen van de omgangsregeling aanleiding kan zijn voor vervolging door het openbaar ministerie,   van mening, dat kenbaarheid van deze nieuwe regeling een preventieve werking kan hebben met betrekking tot het frustreren van omgangsregelingen,   verzoekt de regering, deze nieuwe richtlijn actief onder de aandacht te brengen, zodat ouders zich bewust zijn van de rechten eh plichten bij het overeenkomen van een omgangsregeling,   en gaat over tot de orde van de dag
  Datum: 5 juli 2018    Nr: 33836-30    Indiener: Stieneke van der Graaf, Kamerlid CU
Voor:    VVD 33,   PVV 20,   CDA 19,   D66 19,   GL 14,   SP 14,   PvdA 9,   CU 5,   PvdD 5,   50+ 4,   DENK 3,   SGP 3,   FvD 2
Tegen:  ...
Besluit:  Aangenomen met handopsteken
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling

Vragen van de leden Bergkamp en Den Boer (beiden D66) aan de ministers van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming over een mogelijk incorrect politie voorschrift en de schijnbare willekeur bij het handhaven van een omgangsregeling. (ingezonden 29 augustus 2018)   1 Bent u bekend met het bericht ‘Het is vrijwel altijd de vader die het onderspit delft’? 1) 2 Deelt u de mening dat het niet nakomen van een omgangsregeling door een ouder traumatische gevolgen kan hebben voor de andere ouder en vooral ook voor het kind c.q. de kinderen? 3 Klopt het dat, in het geval dat beide ouders gezamenlijk gezag hebben het zo is, dat de ene ouder ten opzichte van de andere ouder het misdrijf "onttrekking ouderlijk gezag" kan plegen op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht, indien de omgangsregeling niet wordt nagekomen en dat een beroep op de politie kan worden gedaan? 4 Klopt het dat bij handhaving door de politie, op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht, voor het niet nakomen van een omgangsregeling er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen de verzorgende en de niet- verzorgende ouder, zoals ook de Hoge Raad in een eerdere uitspraak stelt? 2) 5 Kunt u bevestigen dat in een intern politievoorschrift over bemiddeling bij omgangsrecht, dat op 5 oktober 2015 in ieder geval nog van kracht was, staat dat wanneer een verzorgende ouder het kind niet meegeeft en dus de omgangsregeling niet nakomt, niet het strafbare feit op grond van artikel 279 van het wetboek van strafrecht pleegt? 6 Kunt u voorts bevestigen dat dit interne politievoorschrift op het moment van indiening van deze schriftelijke vragen , 29 augustus 2018, nog steeds van kracht is? Zo nee, tot wanneer was dit interne voorschrift van kracht? 7 Deelt u de mening dat dit interne voorschrift geen correcte uitleg is van het strafbare feit op grond van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht? 8 Wat zijn de consequenties geweest van deze incorrecte interpretatie van de handhavingsmogelijkheden van de politie omtrent het niet nakomen van omgangsregelingen? 9 Bent u van mening dat er sprake is van willekeur in de handhaving van omgangsregeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?   10 Bent u bereid dit interne politievoorschrift te wijzigingen zodat de politie haar handhavende rol in het nakomen van omgangsregelingen op een correcte wijze invult? Zo ja, wanneer is deze wijziging gereed? Zo nee, waarom niet? 1) https://www.trouw.nl/opinie/het-is-vrijwel-altijd-de-vader-die-het- onderspit-delft~a85b27f8/ 2) ECLI:NL:HR:2005:AR8250
  Datum: 29 augustus 2018    Nr: 2018Z14960    Indiener: Vera Bergkamp, Kamerlid D66
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Markuszower over het bericht ‘Veroordeelde knipt enkelband door en vlucht’

Vragen van het lid Markuszower (PVV) aan de minister voor Rechtsbescherming over het bericht ‘Veroordeelde knipt enkelband door en vlucht’ (2018Z06490)   Vraag 1   Kent u het bericht ‘Veroordeelde knipt enkelband door en vlucht’?   Antwoord 1   Ja.   Vraag 2   Hoe is het mogelijk dat deze crimineel, die medeplichtig is aan moord, zijn enkelband zo makkelijk heeft kunnen doorknippen?   Antwoord 2   De door justitie ingekochte enkelbanden zijn gemaakt van buigzaam rubber en glasvezelkabel. Ter voorkoming of ter behandeling van ernstig letsel veroorzaakt door bijvoorbeeld een auto-ongeluk, is het noodzakelijk dat de band kan worden verwijderd. Het is niet eenvoudig om deze enkelband te verwijderen, maar met gereedschap en kracht is dit niet onmogelijk. Zoals ik in mijn brief beschrijf, is ter verdere verbetering van dit controle-instrument in de afgelopen periode gewerkt aan ingebruikname van een steviger band. Deze versterkte enkelband moet het oneigenlijk afdoen ervan lastiger maken, maar er ook voor blijven zorgen dat die in nood kan worden verwijderd.   Vraag 3   Deelt u de mening dat dit niet uit te leggen is aan de nabestaanden van het slachtoffer? Zo ja, wat gaat u eraan doen om te zorgen dat dit in de toekomst niet meer kan gebeuren?   Antwoord 3   Ik besef dat zowel een invrijheidstelling als onttrekking van een verdachte of veroordeelde een grote impact kan hebben op het slachtoffer of de nabestaanden.   Daarom is het Nederlandse strafrecht zo ingericht dat recidiverisico en vluchtgevaar contra-indicaties zijn om justitiabelen in vrijheid te stellen. Bij de schorsing van een voorlopige hechtenis, zoals in onderhavig geval aan de orde was, is de rechter bevoegd hierover te oordelen.   Ter voorkoming van onverwachte confrontatie tussen slachtoffer en een verdachte of een veroordeelde informeert het openbaar ministerie, indien gewenst, een slachtoffer over het verloop van de opgelegde straf of maatregel. Zo wordt men geïnformeerd over het moment van invrijheidstelling, eventueel verlof en bij eventuele onttrekkingen. Bij een onttrekking, zoals in dit geval, beoordeelt het openbaar ministerie of het slachtoffer geïnformeerd moet worden. In deze zaak zijn de nabestaanden direct na constatering van het overtreden van de voorwaarden en de daarop volgende aanhouding op de hoogte gesteld door de politie.   Verder verwijs ik naar voornoemde brief aan uw Kamer over de enkelband. Deze en de beantwoording van deze vragen heb ik gelijktijdig aan uw Kamer gestuurd.   Vraag 4   Deelt u de mening dat deze levensgevaarlijke crimineel nooit uit voorarrest had mogen worden vrijgelaten tot aan zijn veroordeling? Zo nee, waarom niet?   Antwoord 4   Het al dan niet schorsen van de voorlopige hechtenis is een beslissing van de rechter. In december 2017 besloot de rechtbank, op verzoek van de raadsman van de betrokkene, de voorlopige hechtenis te schorsen, daar voorwaarden aan te verbinden en een enkelband om te leggen. Het past mij niet hier een oordeel over te vellen.   Vraag 5   Wanneer gaat u eindelijk eens regelen dat verdachten van gewelddadige misdrijven tot aan hun rechtszaak vast moeten zitten en verplicht ter zitting moeten verschijnen?   Antwoord 5   De rechter beoordeelt of verdachten van misdrijven in afwachting van hun strafzaak moeten vastzitten. In de situatie dat uitspraak wordt gedaan met betrekking tot een verdachte die zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, biedt de wet de mogelijkheid op grond van het veroordelende vonnis in eerste aanleg alsnog voorlopige hechtenis te bevelen.   Ten aanzien van de verplichting om ter terechtzitting te moeten verschijnen heb ik ter gelegenheid van het Algemeen Overleg over Strafrechtelijke Onderwerpen op 8 februari jl. gemeld dat ik vaart wil maken met een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel ziet op de plicht voor verdachten van ernstige zeden- en/of geweldsmisdrijven die zich in voorlopige hechtenis bevinden ter zitting te verschijnen. Het gaat daarbij zowel om de aanwezigheid bij de behandeling van de strafzaak op de terechtzitting als om aanwezigheid bij de uitspraak. Ik streef ernaar dit voorstel voor de zomer in consultatie te geven.   VERTROUWELIJK  
  Datum: 26 april 2018    Nr: 2018D27060    Indiener: S. Dekker, minister voor Rechtsbescherming
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Jasper van Dijk over het bericht dat illegalen in Nederland te lang worden opgesloten in detentiecentra

Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht dat illegalen in Nederland te lang worden opgesloten in detentiecentra (ingezonden 22 februari 2018)   1   Kent u het bericht dat vreemdelingendetentie in Nederland op gespannen voet staat met mensenrechten? 1)   Antwoord vraag 1   Ja.   2   Kunt u concreet uiteenzetten wat er sinds 2008 is veranderd aan het Nederlandse beleid en praktijk met betrekking tot vreemdelingendetentie? Acht u dit voldoende? Zo nee, wat zou er volgens u nog meer verbeterd moeten worden?   4   Wat is uw reactie op het rapport ‘Het recht op vrijheid’ van Amnesty International? 2)   12   Kunt u per aanbeveling uit het rapport ‘Het recht op vrijheid’ op bladzijde 31 en 32 aangeven of u van plan bent die aanbeveling op te volgen en zo ja, hoe en wanneer? 2) Kunt u ook aangeven indien u een aanbeveling niet wilt opvolgen, waarom niet?   13   Wat is uw reactie op het rapport ‘Geen cellen en handboeien’ van Amnesty International? 3)   16   Kunt u per aanbeveling uit het rapport ‘Geen cellen en handboeien’ op bladzijde 21 en 22 aangeven of u van plan bent die aanbeveling op te volgen en zo ja, hoe en wanneer? 3) Kunt u ook aangeven indien u een aanbeveling niet wilt opvolgen, waarom niet?   Antwoord vragen 2, 4, 12, 13, 16   Deze vragen overlappen met het verzoek van de vaste commissie voor JenV om de Tweede Kamer voor het algemeen overleg over opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring op 22 maart een reactie op de rapporten van Amnesty International te doen toekomen. Ik zal de beantwoording van deze vragen dan ook betrekken bij die reactie.   Volledigheidshalve wil ik benadrukken dat het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring dat momenteel in uw Kamer ligt, een nieuw stelsel voor vreemdelingenbewaring in het leven roept. De nota naar aanleiding van het nader verslag wordt op korte termijn aan uw Kamer gezonden. De discussie over dit nieuwe stelsel voer ik graag in het kader van dit wetsvoorstel. Vooruitlopend hierop ga ik thans uiteraard in op de vragen die het wetsvoorstel raken.   3   Hoe kan het dat er in tien jaar weinig vooruitgang is geboekt met het Nederlandse beleid en praktijk met betrekking tot vreemdelingendetentie?   Antwoord vraag 3   Ik deel de veronderstelling in deze vraag niet, hetgeen ook blijkt uit de beleidsreactie op de rapporten van Amnesty International over vreemdelingenbewaring.   5   Is het waar dat het 42 dagen kan duren voordat een vreemdeling in bewaring voor het eerst een rechter ziet? Klopt het ook dat de advocaat in veel gevallen bij het eerste gehoor ontbreekt? Deelt u de mening dat dit moeilijk te verenigen valt met het recht op goede en effectieve rechtsbescherming?   Antwoord vraag 5   Ik ben van mening dat de rechtsbescherming van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring adequaat is geborgd.   Zij hebben recht op gratis rechtsbijstand en worden voorafgaand aan een in bewaringstelling gehoord. Tijdens dit gehoor kan de vreemdeling zich laten bijstaan door een advocaat. Indien de vreemdeling dit wil dan wordt zijn voorkeursadvocaat of – bij afwezigheid of tijdgebrek – een piketadvocaat verzocht om bij het gehoor aanwezig te zijn. Als een advocaat niet aanwezig kan zijn bestaat er overigens eveneens de mogelijkheid om het gehoor telefonisch voor te bespreken met de vreemdeling en/of de in bewaringstellende ambtenaar. Het kan voorkomen dat een advocaat niet aanwezig is omdat de vreemdeling heeft aangegeven hier geen behoefte aan te hebben.   In het rapport geeft Amnesty niet aan in hoeveel gevallen door de vreemdeling werd gevraagd om een advocaat bij het gehoor. Evenmin wordt inzicht geboden in de redenen waarom de advocaat niet bij het gehoor aanwezig was.   Na het opleggen van een bewaringsmaatregel kan de vreemdeling via zijn advocaat hiertegen in beroep gaan, wat in de regel ook gebeurt en waarna de zaak binnen twee weken door een rechter op zitting wordt behandeld. Ook als een vreemdeling niet (direct) in beroep gaat tegen de maatregel, is ons systeem zo ingericht dat de maatregel wordt getoetst door de rechter. Dit gebeurt dan binnen 6 weken. Dit is de termijn van 42 dagen waar Amnesty International op doelt. Tegen een eventuele ongegrondverklaring kan de vreemdeling vervolgens hoger beroep instellen. Daarna kan een vreemdeling zo vaak als hij wil via zijn advocaat verzoeken om een toetsing door de rechter, waarna door de rechter zal worden getoetst of het nog evenredig is dat de bewaring voortduurt.   6   Hoe verenigt u het feit dat alternatieven voor detentie pas in beeld komen als de vreemdeling actief meewerkt aan vertrek met het ultimum remedium beginsel dat stelt dat bewaring slechts mag worden opgelegd als minder dwingende middelen niet volstaan? Deelt u de mening dat als mensen actief meewerken aan vertrek, detentie of alternatieven daarvoor überhaupt niet aan de orde zouden moeten zijn?   Antwoord vraag 6   Om het vertrek van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven te bewerkstelligen en hen daartoe in beeld te houden, kent het beleid verschillende maatregelen die opgelegd kunnen worden. Vreemdelingenbewaring is hierbij een ultimum remedium. Minder dwingende terugkeermaatregelen kunnen een alternatief voor bewaring zijn, maar moeten vooral gezien worden als op zichzelf staande maatregelen om terugkeer van de vreemdeling te realiseren. Welke terugkeermaatregel kan worden ingezet is met name afhankelijk van de vraag of de vreemdeling in kwestie bereid is actief te werken aan terugkeer en zich hier ook daadwerkelijk voor wil inzetten. Ik deel niet de mening dat, als mensen actief meewerken aan vertrek, bewaring of alternatieven daarvoor überhaupt niet aan de orde moeten zijn. Bewaring en minder dwingende terugkeermaatregelen kunnen ook worden toegepast indien er een risico is op onttrekking aan toezicht. Dit is in lijn met Europese regelgeving. Hierbij geldt wel dat gebruik moet worden gemaakt van minder dwingende maatregelen als deze effectief kunnen worden toegepast. Pas als dat niet het geval is, ligt vreemdelingenbewaring in de rede. Er dient dan tevens sprake te zijn van een daadwerkelijk zicht op uitzetting. Vanuit dit perspectief wordt in elk individueel geval gekeken welke maatregel het meest passend is. Daarbij wordt door de rechter de motivatie omtrent het al dan niet toepassen van een minder dwingende maatregel meegewogen.   7   Klopt het dat ook de medewerking aan vertrek tijdens lopende procedures wordt meegenomen in het bepalen of iemand al dan niet gedwongen moet worden uitgezet? Is het waar dat de medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) tijdens vertrekgesprekken dreigen met detentie nog voordat bepaald is of iemand gedwongen of vrijwillig kan vertrekken? Zo ja, bent u bereid de DT&V hierop aan te spreken?   Antwoord vraag 7   Tijdens een lopende (herhaalde) asielprocedure is vertrek niet aan de orde. Pas als de asielaanvraag door de Immigratie-en Naturalisatiedienst is afgewezen, wordt de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) in kennis gesteld van dit besluit en wordt de persoon uitgenodigd voor vertrekgesprekken.   De DT&V respecteert in alle gevallen (rechterlijke) verblijfsrechtelijke besluiten die maken dat de persoon de rechtsmiddelen tegen een afwijzing van een verzoek in Nederland mag afwachten. In dat geval kunnen er wel gesprekken plaatsvinden, maar zullen er geen onomkeerbare vertrekhandelingen verricht worden. Veelal zijn vreemdelingen ongedocumenteerd (of stellen dat nochtans te zijn) en wordt tijdig gestart met het achterhalen van de juiste nationaliteit en/of identiteit, met name ten behoeve van het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument.   In de vertrekgesprekken bespreekt de regievoerder van de DT&V samen met de vreemdeling diens perspectief, en de reële kans dat terugkeer op enig moment aan de orde is. Er wordt daarbij samen bezien wat er nodig is om terugkeer te realiseren, en welke mogelijke belemmeringen er zijn. De focus ligt daarbij in alle gevallen op zelfstandige terugkeer. Er wordt echter ook op gewezen dat, indien men niet zelfstandig vertrekt, gedwongen terugkeer uiteindelijk aan de orde kan zijn. Gelet op het belang van het volledig informeren van betreffende vreemdelingen vind ik dit een juiste aanpak.   8   Deelt u de mening dat de eis van zicht op uitzetting betekent dat er daadwerkelijk en concreet in dat individuele geval zicht is op uitzetting en dat dit vooral streng getoetst moet worden bij vreemdelingen uit landen die zelden LP’s verstrekken als mensen niet zelf willen terugkeren?   Antwoord vraag 8   De vraag of er zicht is op uitzetting moet in ieder individueel geval zorgvuldig worden getoetst. Als een vreemdeling afkomstig is uit een land dat zelden LP’s verstrekt betekent dit echter niet per definitie dat de vreemdeling niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst of een ander land waar de toegang is geborgd of dat hij niet aan zijn aan zijn vertrek hoeft te werken. De verantwoordelijkheid voor het verkrijgen van een reisdocument ligt immers in eerste instantie bij de vreemdeling zelf. Vreemdelingenbewaring is dan ook in die situatie niet op voorhand uitgesloten.   9   Waarom acht u het acceptabel dat de totale duur van de cumulatieve vreemdelingendetentie het absolute maximum van achttien maanden uit de Terugkeerrichtlijn overschrijdt?   Antwoord vraag 9   De inbewaringstelling is een uiterst middel om vertrek van de vreemdeling die niet (langer) in Nederland mag blijven te realiseren. Het komt voor dat de inbewaringstelling moet worden opgeheven voordat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. Wanneer nieuwe feiten en omstandigheden blijken of een ruime periode sinds de eerder opgeheven inbewaringstelling is verstreken kan herhaalde inbewaringstelling gerechtvaardigd zijn. Uit de tekst van de EU Terugkeerrichtlijn noch de huidige jurisprudentie van de nationale rechter en het EU Hof van Justitie volgt dat bij de herhaalde inbewaringstelling uitgegaan moet worden van een optelling van de maximale termijn van 18 maanden van de Terugkeerrichtlijn (artikel 15, vijfde en zesde lid). Onder de in deze beantwoording genoemde voorwaarden acht ik het dan ook acceptabel dat de termijn van achttien maanden overschreden wordt. In de praktijk komt dit overigens hoogst zelden voor. De duur van de bewaringsmaatregel is gemiddeld 43 dagen.   10   Hoe worden bijzondere en persoonlijke omstandigheden meegewogen die detentie mogelijk een disproportioneel middel maken? Hoe wordt daarin de gezondheidsschade die detentie teweeg kan brengen meegenomen?   Antwoord vraag 10   Bij het nemen van een besluit tot inbewaringstelling wordt altijd aan de vreemdeling gevraagd of er in zijn of haar situatie sprake is van bijzondere (medische) omstandigheden die de bewaring onredelijk bezwarend zouden maken. Deze omstandigheden, bijvoorbeeld of een vreemdeling onder medische behandeling staat, worden meegenomen in de beoordeling of een lichter middel dan bewaring aan de orde is.   De inbewaringstellende ambtenaar kan in dit verband een arts raadplegen om te beoordelen of een vreemdeling detentiegeschikt is. Daarbij wordt in bewaring medische zorg geboden die vergelijkbaar is met de zorg die beschikbaar is in de samenleving.   Gedurende bewaring kan ook een detentiegeschiktheidstoets worden aangevraagd. Kernvraag van deze toets is of binnen de omstandigheden van bewaring en de in dat verband beschikbare faciliteiten de zorg geleverd kan worden die de persoon nodig heeft.   Dit is een medische en individuele beoordeling die betrekking heeft op onder andere vragen over de zorgbehoefte van de vreemdeling en in hoeverre deze binnen de bewaringsomstandigheden ondervangen kan worden.   11   Acht u het gerechtvaardigd dat een vreemdeling zonder strafblad of kwade bedoelingen makkelijk hetzelfde aantal maanden vast kan komen te zitten als een crimineel die een gewapende overval heeft gepleegd? Waarom?   Antwoord vraag 11   Ik vind het niet rechtvaardig dat een vreemdeling die vertrekplichtig is en die op basis van een gerechtelijke uitspraak niet langer in Nederland mag blijven geen gehoor geeft aan zijn of haar vertrekplicht.   Vreemdelingenbewaring kan in een dergelijk geval als ultimum remedium worden toegepast als de vreemdeling zijn of haar vertrek blijft tegenwerken of als er een reëel risico is dat hij of zij zich aan het overheidstoezicht onttrekt. Dit zijn aspecten waar een vreemdeling zelf invloed op heeft en waarmee hij of zij dus ook invloed heeft op het al dan niet opgelegd krijgen van een bewaringsmaatregel en het continueren daarvan.   14   Wat is uw reactie op de stelling dat het feit dat voor vreemdelingendetentie dezelfde gebouwen worden gebruikt als voor strafrechtelijke detentie in strijd is met artikel 16 van de Terugkeerrichtlijn die stelt dat gebouwen die voor vreemdelingendetentie worden gebruikt niet ‘prisonlike’ mogen zijn?   Antwoord vraag 14   De wijze waarop vreemdelingenbewaring wordt uitgevoerd voldoet aan de normen zoals neergelegd in Europese wet- en regelgeving, waaronder de EU Terugkeerrichtlijn.   Ik vind het daarbij relevant om te benadrukken dat elke vorm van vrijheidsontneming nu eenmaal bepaalde veiligheids- en beheersmaatregelen met zich meebrengt, waarbij ook rekening wordt gehouden met de doelgroep die er verblijft. Dit werkt ook door in de inrichting van de gebouwen, de omgeving en het regime. Er wordt naar gestreefd om de uitstraling van inrichtingen voor vreemdelingenbewaring minder penitentiair te laten zijn. Zo zijn de ramen van de inrichting voor vreemdelingenbewaring in Rotterdam niet voorzien van tralies, maar zijn deze uitgerust met veiligheidsglas.   15   Deelt u de mening dat vreemdelingen zonder strafblad die op bestuursrechtelijke grond gedetineerd worden aan zo min mogelijk beperkingen onderworpen dienen te worden? Zo ja, acht u de gesloten gezinsvoorziening (GGV) in Zeist dan een goed voorbeeld voor op den duur alle vreemdelingendetentiecentra? Zo ja, waarom vindt u dat? Zo nee, waarom gaat u voorbij aan het feit dat zowel de ingeslotenen als het personeel minder spanning en problemen ervaren in een setting zoals in Zeist?   Antwoord vraag 15   Gelet op de kwetsbare positie van minderjarige kinderen en hun familie is destijds besloten om voor deze groep een gesloten gezinsvoorziening te ontwikkelen. De doelgroep die hier wordt geplaatst, verschilt van de doelgroep die verblijft in de reguliere bewaringscentra. Het afgelopen jaar is dit ook regelmatig gebleken, met name door incidenten die werden veroorzaakt door vreemdelingen afkomstig uit veilige landen. Dit vereist specifieke eisen aan de beheersbaarheid, om de veiligheid van zowel personeel als overige vreemdelingen te kunnen borgen. Daarbij ben ik van mening dat met de huidige reguliere centra van bewaring een goede balans is gevonden tussen enerzijds het voorzien in een verantwoorde bewaringsomgeving, in lijn met internationale wet- en regelgeving en met oog voor noodzakelijke beheers- en veiligheidsmaatregelen, en anderzijds het realiseren van een kosteneffectieve tenuitvoerlegging hiervan.   17   Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voorafgaand aan het algemeen overleg Opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring op 22 maart 2018?   Antwoord vraag 17   Ja.     1) https://www.amnesty.nl/actueel/vreemdelingendetentie-in-10-jaar-weinig-vooruitgang-geboekt   2) https://www.amnesty.nl/content/uploads/2018/02/AMN_18_08_Rapport-het-recht-op-vrijheid_DEF_web-1.pdf?x73404   3) https://www.amnesty.nl/content/uploads/2018/02/AMN_18_05_Rapport-Geen-cellen-en-handboeien_DEF_web.pdf?x73404   VERTROUWELIJK  
  Datum: 20 maart 2018    Nr: 2018D20510    Indiener: M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Jasper van Dijk over het bericht dat illegalen in Nederland te lang worden opgesloten in detentiecentra

Vragen van het lid Jasper van Dijk (SP) aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht dat illegalen in Nederland te lang worden opgesloten in detentiecentra (ingezonden 22 februari 2018)   1   Kent u het bericht dat vreemdelingendetentie in Nederland op gespannen voet staat met mensenrechten? 1)   Antwoord vraag 1   Ja.   2   Kunt u concreet uiteenzetten wat er sinds 2008 is veranderd aan het Nederlandse beleid en praktijk met betrekking tot vreemdelingendetentie? Acht u dit voldoende? Zo nee, wat zou er volgens u nog meer verbeterd moeten worden?   4   Wat is uw reactie op het rapport ‘Het recht op vrijheid’ van Amnesty International? 2)   12   Kunt u per aanbeveling uit het rapport ‘Het recht op vrijheid’ op bladzijde 31 en 32 aangeven of u van plan bent die aanbeveling op te volgen en zo ja, hoe en wanneer? 2) Kunt u ook aangeven indien u een aanbeveling niet wilt opvolgen, waarom niet?   13   Wat is uw reactie op het rapport ‘Geen cellen en handboeien’ van Amnesty International? 3)   16   Kunt u per aanbeveling uit het rapport ‘Geen cellen en handboeien’ op bladzijde 21 en 22 aangeven of u van plan bent die aanbeveling op te volgen en zo ja, hoe en wanneer? 3) Kunt u ook aangeven indien u een aanbeveling niet wilt opvolgen, waarom niet?   Antwoord vragen 2, 4, 12, 13, 16   Deze vragen overlappen met het verzoek van de vaste commissie voor JenV om de Tweede Kamer voor het algemeen overleg over opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring op 22 maart een reactie op de rapporten van Amnesty International te doen toekomen. Ik zal de beantwoording van deze vragen dan ook betrekken bij die reactie.   Volledigheidshalve wil ik benadrukken dat het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring dat momenteel in uw Kamer ligt, een nieuw stelsel voor vreemdelingenbewaring in het leven roept. De nota naar aanleiding van het nader verslag wordt op korte termijn aan uw Kamer gezonden. De discussie over dit nieuwe stelsel voer ik graag in het kader van dit wetsvoorstel. Vooruitlopend hierop ga ik thans uiteraard in op de vragen die het wetsvoorstel raken.   3   Hoe kan het dat er in tien jaar weinig vooruitgang is geboekt met het Nederlandse beleid en praktijk met betrekking tot vreemdelingendetentie?   Antwoord vraag 3   Ik deel de veronderstelling in deze vraag niet, hetgeen ook blijkt uit de beleidsreactie op de rapporten van Amnesty International over vreemdelingenbewaring.   5   Is het waar dat het 42 dagen kan duren voordat een vreemdeling in bewaring voor het eerst een rechter ziet? Klopt het ook dat de advocaat in veel gevallen bij het eerste gehoor ontbreekt? Deelt u de mening dat dit moeilijk te verenigen valt met het recht op goede en effectieve rechtsbescherming?   Antwoord vraag 5   Ik ben van mening dat de rechtsbescherming van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring adequaat is geborgd.   Zij hebben recht op gratis rechtsbijstand en worden voorafgaand aan een in bewaringstelling gehoord. Tijdens dit gehoor kan de vreemdeling zich laten bijstaan door een advocaat. Indien de vreemdeling dit wil dan wordt zijn voorkeursadvocaat of – bij afwezigheid of tijdgebrek – een piketadvocaat verzocht om bij het gehoor aanwezig te zijn. Als een advocaat niet aanwezig kan zijn bestaat er overigens eveneens de mogelijkheid om het gehoor telefonisch voor te bespreken met de vreemdeling en/of de in bewaringstellende ambtenaar. Het kan voorkomen dat een advocaat niet aanwezig is omdat de vreemdeling heeft aangegeven hier geen behoefte aan te hebben.   In het rapport geeft Amnesty niet aan in hoeveel gevallen door de vreemdeling werd gevraagd om een advocaat bij het gehoor. Evenmin wordt inzicht geboden in de redenen waarom de advocaat niet bij het gehoor aanwezig was.   Na het opleggen van een bewaringsmaatregel kan de vreemdeling via zijn advocaat hiertegen in beroep gaan, wat in de regel ook gebeurt en waarna de zaak binnen twee weken door een rechter op zitting wordt behandeld. Ook als een vreemdeling niet (direct) in beroep gaat tegen de maatregel, is ons systeem zo ingericht dat de maatregel wordt getoetst door de rechter. Dit gebeurt dan binnen 6 weken. Dit is de termijn van 42 dagen waar Amnesty International op doelt. Tegen een eventuele ongegrondverklaring kan de vreemdeling vervolgens hoger beroep instellen. Daarna kan een vreemdeling zo vaak als hij wil via zijn advocaat verzoeken om een toetsing door de rechter, waarna door de rechter zal worden getoetst of het nog evenredig is dat de bewaring voortduurt.   6   Hoe verenigt u het feit dat alternatieven voor detentie pas in beeld komen als de vreemdeling actief meewerkt aan vertrek met het ultimum remedium beginsel dat stelt dat bewaring slechts mag worden opgelegd als minder dwingende middelen niet volstaan? Deelt u de mening dat als mensen actief meewerken aan vertrek, detentie of alternatieven daarvoor überhaupt niet aan de orde zouden moeten zijn?   Antwoord vraag 6   Om het vertrek van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven te bewerkstelligen en hen daartoe in beeld te houden, kent het beleid verschillende maatregelen die opgelegd kunnen worden. Vreemdelingenbewaring is hierbij een ultimum remedium. Minder dwingende terugkeermaatregelen kunnen een alternatief voor bewaring zijn, maar moeten vooral gezien worden als op zichzelf staande maatregelen om terugkeer van de vreemdeling te realiseren. Welke terugkeermaatregel kan worden ingezet is met name afhankelijk van de vraag of de vreemdeling in kwestie bereid is actief te werken aan terugkeer en zich hier ook daadwerkelijk voor wil inzetten. Ik deel niet de mening dat, als mensen actief meewerken aan vertrek, bewaring of alternatieven daarvoor überhaupt niet aan de orde moeten zijn. Bewaring en minder dwingende terugkeermaatregelen kunnen ook worden toegepast indien er een risico is op onttrekking aan toezicht. Dit is in lijn met Europese regelgeving. Hierbij geldt wel dat gebruik moet worden gemaakt van minder dwingende maatregelen als deze effectief kunnen worden toegepast. Pas als dat niet het geval is, ligt vreemdelingenbewaring in de rede. Er dient dan tevens sprake te zijn van een daadwerkelijk zicht op uitzetting. Vanuit dit perspectief wordt in elk individueel geval gekeken welke maatregel het meest passend is. Daarbij wordt door de rechter de motivatie omtrent het al dan niet toepassen van een minder dwingende maatregel meegewogen.   7   Klopt het dat ook de medewerking aan vertrek tijdens lopende procedures wordt meegenomen in het bepalen of iemand al dan niet gedwongen moet worden uitgezet? Is het waar dat de medewerkers van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) tijdens vertrekgesprekken dreigen met detentie nog voordat bepaald is of iemand gedwongen of vrijwillig kan vertrekken? Zo ja, bent u bereid de DT&V hierop aan te spreken?   Antwoord vraag 7   Tijdens een lopende (herhaalde) asielprocedure is vertrek niet aan de orde. Pas als de asielaanvraag door de Immigratie-en Naturalisatiedienst is afgewezen, wordt de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) in kennis gesteld van dit besluit en wordt de persoon uitgenodigd voor vertrekgesprekken.   De DT&V respecteert in alle gevallen (rechterlijke) verblijfsrechtelijke besluiten die maken dat de persoon de rechtsmiddelen tegen een afwijzing van een verzoek in Nederland mag afwachten. In dat geval kunnen er wel gesprekken plaatsvinden, maar zullen er geen onomkeerbare vertrekhandelingen verricht worden. Veelal zijn vreemdelingen ongedocumenteerd (of stellen dat nochtans te zijn) en wordt tijdig gestart met het achterhalen van de juiste nationaliteit en/of identiteit, met name ten behoeve van het verkrijgen van een (vervangend) reisdocument.   In de vertrekgesprekken bespreekt de regievoerder van de DT&V samen met de vreemdeling diens perspectief, en de reële kans dat terugkeer op enig moment aan de orde is. Er wordt daarbij samen bezien wat er nodig is om terugkeer te realiseren, en welke mogelijke belemmeringen er zijn. De focus ligt daarbij in alle gevallen op zelfstandige terugkeer. Er wordt echter ook op gewezen dat, indien men niet zelfstandig vertrekt, gedwongen terugkeer uiteindelijk aan de orde kan zijn. Gelet op het belang van het volledig informeren van betreffende vreemdelingen vind ik dit een juiste aanpak.   8   Deelt u de mening dat de eis van zicht op uitzetting betekent dat er daadwerkelijk en concreet in dat individuele geval zicht is op uitzetting en dat dit vooral streng getoetst moet worden bij vreemdelingen uit landen die zelden LP’s verstrekken als mensen niet zelf willen terugkeren?   Antwoord vraag 8   De vraag of er zicht is op uitzetting moet in ieder individueel geval zorgvuldig worden getoetst. Als een vreemdeling afkomstig is uit een land dat zelden LP’s verstrekt betekent dit echter niet per definitie dat de vreemdeling niet kan terugkeren naar zijn land van herkomst of een ander land waar de toegang is geborgd of dat hij niet aan zijn aan zijn vertrek hoeft te werken. De verantwoordelijkheid voor het verkrijgen van een reisdocument ligt immers in eerste instantie bij de vreemdeling zelf. Vreemdelingenbewaring is dan ook in die situatie niet op voorhand uitgesloten.   9   Waarom acht u het acceptabel dat de totale duur van de cumulatieve vreemdelingendetentie het absolute maximum van achttien maanden uit de Terugkeerrichtlijn overschrijdt?   Antwoord vraag 9   De inbewaringstelling is een uiterst middel om vertrek van de vreemdeling die niet (langer) in Nederland mag blijven te realiseren. Het komt voor dat de inbewaringstelling moet worden opgeheven voordat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. Wanneer nieuwe feiten en omstandigheden blijken of een ruime periode sinds de eerder opgeheven inbewaringstelling is verstreken kan herhaalde inbewaringstelling gerechtvaardigd zijn. Uit de tekst van de EU Terugkeerrichtlijn noch de huidige jurisprudentie van de nationale rechter en het EU Hof van Justitie volgt dat bij de herhaalde inbewaringstelling uitgegaan moet worden van een optelling van de maximale termijn van 18 maanden van de Terugkeerrichtlijn (artikel 15, vijfde en zesde lid). Onder de in deze beantwoording genoemde voorwaarden acht ik het dan ook acceptabel dat de termijn van achttien maanden overschreden wordt. In de praktijk komt dit overigens hoogst zelden voor. De duur van de bewaringsmaatregel is gemiddeld 43 dagen.   10   Hoe worden bijzondere en persoonlijke omstandigheden meegewogen die detentie mogelijk een disproportioneel middel maken? Hoe wordt daarin de gezondheidsschade die detentie teweeg kan brengen meegenomen?   Antwoord vraag 10   Bij het nemen van een besluit tot inbewaringstelling wordt altijd aan de vreemdeling gevraagd of er in zijn of haar situatie sprake is van bijzondere (medische) omstandigheden die de bewaring onredelijk bezwarend zouden maken. Deze omstandigheden, bijvoorbeeld of een vreemdeling onder medische behandeling staat, worden meegenomen in de beoordeling of een lichter middel dan bewaring aan de orde is.   De inbewaringstellende ambtenaar kan in dit verband een arts raadplegen om te beoordelen of een vreemdeling detentiegeschikt is. Daarbij wordt in bewaring medische zorg geboden die vergelijkbaar is met de zorg die beschikbaar is in de samenleving.   Gedurende bewaring kan ook een detentiegeschiktheidstoets worden aangevraagd. Kernvraag van deze toets is of binnen de omstandigheden van bewaring en de in dat verband beschikbare faciliteiten de zorg geleverd kan worden die de persoon nodig heeft.   Dit is een medische en individuele beoordeling die betrekking heeft op onder andere vragen over de zorgbehoefte van de vreemdeling en in hoeverre deze binnen de bewaringsomstandigheden ondervangen kan worden.   11   Acht u het gerechtvaardigd dat een vreemdeling zonder strafblad of kwade bedoelingen makkelijk hetzelfde aantal maanden vast kan komen te zitten als een crimineel die een gewapende overval heeft gepleegd? Waarom?   Antwoord vraag 11   Ik vind het niet rechtvaardig dat een vreemdeling die vertrekplichtig is en die op basis van een gerechtelijke uitspraak niet langer in Nederland mag blijven geen gehoor geeft aan zijn of haar vertrekplicht.   Vreemdelingenbewaring kan in een dergelijk geval als ultimum remedium worden toegepast als de vreemdeling zijn of haar vertrek blijft tegenwerken of als er een reëel risico is dat hij of zij zich aan het overheidstoezicht onttrekt. Dit zijn aspecten waar een vreemdeling zelf invloed op heeft en waarmee hij of zij dus ook invloed heeft op het al dan niet opgelegd krijgen van een bewaringsmaatregel en het continueren daarvan.   14   Wat is uw reactie op de stelling dat het feit dat voor vreemdelingendetentie dezelfde gebouwen worden gebruikt als voor strafrechtelijke detentie in strijd is met artikel 16 van de Terugkeerrichtlijn die stelt dat gebouwen die voor vreemdelingendetentie worden gebruikt niet ‘prisonlike’ mogen zijn?   Antwoord vraag 14   De wijze waarop vreemdelingenbewaring wordt uitgevoerd voldoet aan de normen zoals neergelegd in Europese wet- en regelgeving, waaronder de EU Terugkeerrichtlijn.   Ik vind het daarbij relevant om te benadrukken dat elke vorm van vrijheidsontneming nu eenmaal bepaalde veiligheids- en beheersmaatregelen met zich meebrengt, waarbij ook rekening wordt gehouden met de doelgroep die er verblijft. Dit werkt ook door in de inrichting van de gebouwen, de omgeving en het regime. Er wordt naar gestreefd om de uitstraling van inrichtingen voor vreemdelingenbewaring minder penitentiair te laten zijn. Zo zijn de ramen van de inrichting voor vreemdelingenbewaring in Rotterdam niet voorzien van tralies, maar zijn deze uitgerust met veiligheidsglas.   15   Deelt u de mening dat vreemdelingen zonder strafblad die op bestuursrechtelijke grond gedetineerd worden aan zo min mogelijk beperkingen onderworpen dienen te worden? Zo ja, acht u de gesloten gezinsvoorziening (GGV) in Zeist dan een goed voorbeeld voor op den duur alle vreemdelingendetentiecentra? Zo ja, waarom vindt u dat? Zo nee, waarom gaat u voorbij aan het feit dat zowel de ingeslotenen als het personeel minder spanning en problemen ervaren in een setting zoals in Zeist?   Antwoord vraag 15   Gelet op de kwetsbare positie van minderjarige kinderen en hun familie is destijds besloten om voor deze groep een gesloten gezinsvoorziening te ontwikkelen. De doelgroep die hier wordt geplaatst, verschilt van de doelgroep die verblijft in de reguliere bewaringscentra. Het afgelopen jaar is dit ook regelmatig gebleken, met name door incidenten die werden veroorzaakt door vreemdelingen afkomstig uit veilige landen. Dit vereist specifieke eisen aan de beheersbaarheid, om de veiligheid van zowel personeel als overige vreemdelingen te kunnen borgen. Daarbij ben ik van mening dat met de huidige reguliere centra van bewaring een goede balans is gevonden tussen enerzijds het voorzien in een verantwoorde bewaringsomgeving, in lijn met internationale wet- en regelgeving en met oog voor noodzakelijke beheers- en veiligheidsmaatregelen, en anderzijds het realiseren van een kosteneffectieve tenuitvoerlegging hiervan.   17   Bent u bereid deze vragen te beantwoorden voorafgaand aan het algemeen overleg Opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring op 22 maart 2018?   Antwoord vraag 17   Ja.     1) https://www.amnesty.nl/actueel/vreemdelingendetentie-in-10-jaar-weinig-vooruitgang-geboekt   2) https://www.amnesty.nl/content/uploads/2018/02/AMN_18_08_Rapport-het-recht-op-vrijheid_DEF_web-1.pdf?x73404   3) https://www.amnesty.nl/content/uploads/2018/02/AMN_18_05_Rapport-Geen-cellen-en-handboeien_DEF_web.pdf?x73404   VERTROUWELIJK  
  Datum: 22 maart 2018    Nr: 2018D21249    Indiener: M.G.J. Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

LES 63 Privé onttrekking - AccountView 9.0 Hottest Biker Girls on Super Bike Crazy Moments  Biker ... Boekhouden - Video Uitleg Privé-Onttrekkingen en Privé-Stortingen Data Driven Infra Onttrekkingen (DDIO) – demo april 2019 8 Overcoming Oorwinning oor onttrekking - YouTube

onttrekking translation in Afrikaans-English dictionary. Showing page 1. Found 43 sentences matching phrase "onttrekking".Found in 4 ms. Übersetzung für 'onttrekking' im kostenlosen Niederländisch-Deutsch Wörterbuch und viele weitere Deutsch-Übersetzungen. Finde den passenden Reim für „onttrekking“ Ähnliche Wörter zum gesuchten Reim 153.212 Wörter online Ständig aktualisierte Reime Reime in 13 Sprachen Jetzt den passenden Reim finden! de onttrekking de onttrekkingen : die Entnahme die Entnahmen : gelijke woorden / ähnliche Wörter: Nederlands: onttrekkingen onaangeharkt onaangeharkte . uitmuntend braucht deine Unterstützung! Mittelfristig muss die Programmierung von uitmuntend generalüberholt werden. Dafür brauchen wir deine Hilfe! Wenn du unser Wörterbuch seit langer Zeit gerne und regelmäßig nutzt, unterstütze ... Vertalingen in context van "onttrekking" in Nederlands-Frans van Reverso Context: Verder zou het voorstel van de Commissie voor gecontroleerde distillatie of onttrekking ernstige milieuproblemen veroorzaken in de belangrijke wijnproducerende regio's.

[index] [2760] [3068] [7117] [2061] [4789] [5962] [7669] [6314] [7547] [4575]

LES 63 Privé onttrekking - AccountView 9.0

Het gevolg van een privé-onttrekking of privé-storting is dat het eigen vermogen van je onderneming respectievelijk zal afnemen dan wel zal toenemen. Wanneer deze veranderingen zich voltrekken ... #boerelegioen #staanopboervolk #Staaninverdediging Support us Patreon: https://www.patreon.com/boerelegioen Boere Besigheidindeks: https://boerelegioen.co.za... Het betreft nog een tussenproduct: elke sprint komen er functionaliteiten bij, waardoor het algoritme steeds nauwkeuriger in staat is om een veilige onttrekking te bepalen. Category News & Politics Hottest Biker Girls on Super Bike Crazy Moments Biker Girls riding SuperBikes Compilation www.gatelloo.com http://www.facebook.com/thebikerninja http://www... Never get high of your own supply zeggen ze wel eens.

#